Waalse
Kerk
Amsterdam
Vergroot zegel
  • Homepage
  • Activiteiten
  • Geschiedenis
  • Orgel
  • Prenten
  • Concertagenda
  • Locatie
  • Verhuur
  • Archieven
  • De Waalse Kerken
  • Andere Waalse instellingen
  • E-mail
  • Prentenkabinet

    Prent 4

     


    Deze prent heeft (evenals de volgende) ongetwijfeld betrekking op de gebeurtenis van 12 oktober 1755, waarover de chroniqueur Jacob Bicker Raye het volgende bericht (hier weergegeven in de parafrase van Fr. Beijerinck en dr. M.G. de Boer):

    Op 12 October gebeurde er een "seer seldsaam en ongehoort" geval en wel in de Walenkerk bij de Hoogstraat. De Franse dominee François zou daar preken en terwijl hij in zijn voorgebed was, kwam er een kerel, een Franse bakkersknecht, met een zeer zwaar geladen snaphaan of ruiterkarabijn, in de kerk en schoot zo maar naar de biddende dominee. Maar, per ongeluk of wel door Godsbestiering, vloog het schot wat zijdelings uit, waardoor de predikant maar even aan de zij van het hoofd met een klein kogeltje, schampscheutsgewijs, gekwetst werd. Dominee was echter zo gealtereerd, dat hij achterover tuimelde en, omdat het deurtje van de predikstoel niet goed gesloten was, viel de man met zijn hoofd omlaag van alle trappen en kreeg daardoor nog een groot gat in zijn hoofd, dat zo zwaar bloedde, dat de mensen hem voor dood wegdroegen. Maar toen hij weer een beetje op zijn verhaal kwam en de kwetsuur geëxamineerd was, werd dezelve bevonden niet dodelijk te zijn. Dominee François was dan ook kort daarna weer geheel hersteld. Hij was er goed afgekomen. Boven in de kop van de preekstoel en in de pilaar ernaast, zaten nog wel zeven of acht kogeltjes.
    De dader had onmiddellijk, nadat hij het schot gelost had, zijn snaphaan neergegooid en getracht de vlucht te nemen.Men had hem spoedig te pakken en hij werd in de Boeyen gebracht, vanwaar men hem naar het Rasphuis transporteerde, waar hij op een secrete plaats voor vele jaren werd opgeborgen. Het scheelde hem "in de harsens". [...]
    Men vertelde dat de man erg op de dominee gebeten was en "een quaadaardighijt" tegen hem had opgevat, omdat deze zich met zijn liefdesaangelegenheden bemoeid had. De bakkersknecht was namelijk verliefd geworden op een rijke koopmansdochter, een juffrouw Lamaitere. De man had reeds enige sottises aan het huis van haar papa uitgehaald, die aan dominee verzocht had zich ermee te bemoeien en er de bakkersknecht eens over aan te spreken. Dominee had dat ook gedaan en hem gezegd, "dat het sijn portuur niet was en dat hij liever naar een mens, sijn staat gelijk, moest omsien". Daarover was de verliefde bakkersknecht woedend geworden en het gevolg was, dat dominee het had moeten ontgelden.

    De kogelgaten zijn jammer genoeg bij de laatste restauratie van 1991 onzichtbaar gemaakt.

     


    Volgende prent
    Naar catalogus