Home
Vertalingen
Stukken
Strips
Genealogie
CV
Links
Zoek

de Volkskrant van 20-01-2000, Pagina 29, Kunst en cultuur, Recensie Behapbare Feldman blijft verrassen

Morton Feldman: Crippled Symmetry, door The California EAR Unit. Bridge/De Klemtoon

Amerika is bij uitstek het land van de Grote Wissers, van componisten die de last van de traditie weten af te werpen en de muziek als het ware opnieuw uitvinden, vanuit het niets. De bekendste van hen was John Cage, maar hij is niet de enige.

In het werk van zijn in 1987 overleden collega Morton Feldman is goed te horen dat met het wissen van de oude vormen en waarden ook de tijdsbeleving een andere rol gaat spelen. Feldman componeerde in feite zijn hele leven hetzelfde stuk. Het werd alleen steeds langer. Zijn vroege stukken duren dikwijls niet meer dan een paar minuten, maar in de laatste jaren van zijn leven deinsde hij niet terug voor een strijkkwartet van zes uur. En al die stukken hebben dezelfde signatuur: ze zijn zacht, traag, en opgebouwd uit tonen die om elkaar cirkelen in quasi-identieke, eindeloos gevarieerde patronen. Het is geen minimal music, want ze is niet tonaal en de herhalingen zijn zelden letterlijk, maar de term 'graduele' muziek is zeker op zijn plaats.

Met een lengte van bijna anderhalf uur is Crippled Symmetry uit 1983 een behapbare late Feldman, al past het stuk natuurlijk niet op één cd. De op het New Yorkse label Bridge verschenen uitvoering door drie leden van The California EAR Unit is van het hoogste niveau. Het trio bestaat uit fluitiste Dorothy Stone, slagwerker Arthur Jarvinen en pianiste Vicki Ray (die tevens celesta speelt). Het is fascinerend wat Feldman met uiterst beperkte middelen weet te bereiken: een voortdurend evoluerend continuüm van ijle tonen, waarin de tijd, die door de musici ongetwijfeld exact wordt uitgeteld, voor de luisteraar de gedaante krijgt van een vloeibaar, ongrijpbaar ritme.

Crippled Symmetry blijft tot het eind toe boeien, ja zelfs verrassen. Niet alleen duiken er op een gegeven moment gewone toonladders op te midden van de chromatische samenklanken, in de laatste fase verschijnen er in de fluitpartij ook microtonale inflecties - alsof Feldman na het weefsel van tonen onder een microscoop gelegd te hebben nu inzoomt op de enkele toon.

The Harry Partch Collection Vol.1. CRI/De Klemtoon.

Waar Feldman nog componeerde voor gewone instrumenten ging Harry Partch (1901-1974) een stapje verder. Twaalf tonen in een octaaf was voor hem niet genoeg. Hij bediende zich van een stemming met 43 tonen per octaaf (geen willekeurig, maar een natuurkundig gefundeerd getal), en ontwierp daarvoor een keur aan nieuwe instrumenten met fantastische namen als Cloud-Chamber Bowls en Quadruangularis Reversum.

The Harry Partch Collection Vol.1 bevat originele opnames van stukken uit de jaren vijftig, uitgevoerd door Partch' eigen ensembles. Het is muziek met wonderlijk exotische eigenschappen, niet alleen door de soms verbazend zuivere intervallen of de wolkende glissandi, maar ook door de eigenaardige broze klankkleuren van Partch' instrumentarium. In zijn vormgeving en ritme is de muziek minder verrassend.

De cd bevat drie grote stukken of cycli, die alle zijn opgebouwd uit korte segmenten van twee drie minuten. Partch is zelf ook te horen als zanger en recitant, wat de authenticiteit en de ruwgebolsterde poëzie van deze uitvoering benadrukt. Maar bij herhaalde beluistering blijven de instrumentale gedeelten beter overeind.

Terry Riley: The Book of Abbeyozzud, door David Tanenbaum e.a. New Albion Records/De Klemtoon.

Terry Riley is bekend als componist van In C, waarmee hij in 1964 het minimalisme inluidde. Daarna heeft hij zich lange tijd in Oosterse muziek verdiept, maar getuige de stukken op de cd The book of Abbeyozzud heeft hij in de jaren negentig een nieuwe inspiratiebron aangeboord in de Spaanse en Latijns-Amerikaanse muziek. In alle stukken van deze nog niet voltooide cyclus speelt de gitaar (en daarmee ook gitarist David Tanenbaum) de hoofdrol, soms solo, dan weer in combinatie met viool, een andere gitaar, of slagwerk.

Het is levendige, in harmonisch opzicht traditionele en dus welluidende muziek, waarin Riley blijk geeft van een grote melodische inventiviteit. Maar ondanks de uitstekende uitvoeringen gaat het ritmisch gedreven getokkel dat in nagenoeg alle onderdelen de toon bepaalt snel op de zenuwen werken.


© Frits van der Waa 2006