Let op: de website is verhuisd naar fritsvanderwaa.nl

de Volkskrant van 30-04-2001, Pagina V3, Kunst, Recensie

Baldadig werk van jonge componist

Werk van Bulsink, Berio en Stravinsky, door het Nederlands Philharmonisch Orkest o.l.v Jurjen Hempel. 27 april, Beurs van Berlage, Amsterdam.

De wonderkinderen zijn de wereld nog niet uit. Nog niet zo lang geleden haalden jonge componisten doorgaans met gemak de veertig, zo laat kwam hun werk in beeld, maar sinds een aantal jaren staat het vroegrijpe componeren weer volop in de belangstelling. Dat is voor een niet onbelangrijk deel te danken aan het Nederlands Blazers Ensemble, dat aankomende nootjesschrijvers opzoekt én uitvoert. Het op die manier boven water gehaalde talent krijgt - dit seizoen althans - een vervolgpodium in de serie 'Titaantjes' van het Nederlands Philharmonisch Orkest.

Bij het tweede concert in de reeks stond het werk van de 17-jarige Wilbert Bulsink centraal, die in 1995 als elfjarig jongetje zijn componistendebuut maakte bij een Nieuwjaarsmatinee van het NBE. Hij volgt compositieles bij Daan Manneke, pianoles bij Ton Hartsuiker, en heeft inmiddels al een stuk of drie compositieprijzen in de wacht gesleept.

In de Beurs van Berlage liet het NedPhO twee dagen achtereen horen dat Bulsink veel in zijn mars heeft. De publieke belangstelling was ronduit teleurstellend: op de eerste avond zaten er misschien zestig toehoorders in de zaal. Gelukkig zal het concert toch duizenden luisteraars bereiken, want het wordt in de loop van juni op Radio 4 uitgezonden, in het middagprogramma De Nederlanden. Behalve de drie stukken van Bulsink vermeldde het programma ook Eindrücke van Luciano Berio en Stravinsky's Symfonie in drie delen.

In de beperking toont zich de meester, zo hebben Bulsinks docenten hem voorgehouden, en met die richtlijn heeft hij zijn voordeel gedaan. Zijn twee jaar oude werk Ontdekkingen en de drie delen van zijn nieuwe Pianoconcert, waarin hij zelf de solopartij vertolkte, vallen op door de economische uitwerking van gegevens en hun coherente vorm. Tegelijkertijd hebben ze juist daardoor iets van componeer-etudes. Daarbij is het tweede deel van het Pianoconcert, een sarabande die een bijna groteske expansie naar het Mahleriaanse doormaakt, van een geheel andere snit dan de omringende delen, waarin aan Stravinsky refererende gebaren en ritmes van eigenaardige stoorzenders worden voorzien.

Waar die twee werken aandeden als nog niet helemaal uit de verf gekomen visioenen kwam Bulsink met zijn vorig jaar gecomponeerde Commentaren voor piano en blaasensemble verrassender uit de hoek. In Commentaren regeren de collage, het citaat en de pastiche. Bulsink vergrijpt zich aan boer-d'r-ligt-een-kip-in't-water, Copland, Rachmaninov, en nog veel meer, maar drukt op die idiote mix ontegenzeggelijk zijn eigen stempel. Virtuoos is de manier waarop hij van de ene stijl in de andere glipt, evenals de extreme, vaak hoogst originele instrumentatie, waarin snijdende klarinettonen, subsonore hoempa's, een elektrische gitaar en een drumstel markante elementen zijn. Daarbij is Bulsink ook nog eens een behoorlijk vingervlugge pianist, die zijn eigen werk met verve verdedigde. Commentaren heeft ontegenzeggelijk de soort baldadigheid die je alleen in jeugdwerken tegenkomt, en dat is hier een positieve eigenschap.


© Frits van der Waa 2006