Let op: de website is verhuisd naar fritsvanderwaa.nl

de Volkskrant van 02-11-2002, Pagina 7, Kunst, Recensie

Catalogus van emoties in het Latijn

Spinoza, of ik ben niet waar ik zelf denk te zijn door ZT Hollandia. 30 okt, voormalig bankgebouw Kneuterdijk 1, Den Haag. Muziek: Yannis Kyriakides. Regie: Paul Koek. Tot 14 dec. Ook in Antwerpen tussen 20 en 30 nov.

Filosofie en theater, laat dat zich rijmen? Dat is de vraag die zich opdringt na het aanschouwen van Spinoza, of ik ben niet waar ik zelf denk te zijn van ZT Hollandia. Alleen al de ondertitel wijst in de richting van het probleem. Er wordt in Spinoza veel uitgelegd, maar het theater moet blijkbaar voor zichzelf spreken, en doet dat niet aldoor.

Gelukkig is er muziek die wel voor zichzelf spreekt. Spinoza is het geesteskind van componist Yannis Kyriakides. Hij schuwt de grote schaal en de uithoeken niet. Hier zet hij een zangeres (Ayelet Harpaz) en een klaveciniste (Anne Faulborn) tegenover een slagwerkster (Tatiana Koleva) en een stel luidsprekers waaruit knetterende pulsen en barre sinustonen opstijgen. Het werkt, sterker: het werkt zelfs samen. Het klavecimbel omstrengelt de stem, en de elektronica werpt geheimzinnige schaduwen.

De voorstelling wordt 'op locatie' gespeeld, in de hal van het voormalige ABN-Amro-gebouw naast de Haagse hofvijver, een illustere, heel hoge ruimte die tot in de nok wordt gebruikt. Anne Faulborn is gehuld in een metershoge hoepelrok, en haar klavecimbel is aan kabels opgehangen. De zangeres rijdt rond op een vergelijkbare stellage, en ook Koleva gaat met een liftje de lucht in.

In het eerste deel van Spinoza, een in het Latijn gezongen catalogus van diverse emoties, speelt de muziek de hoofdrol. Dankzij het eersteklas-spel van de musici, gesteund door de tekstprojectie en het bijzonder fraaie lichtontwerp, blijft dat veertig minuten lang boeien. Dan zwijgt de muziek en wandelt een wat verlopen ogende man binnen die in plat Haags aankondigt dat hij 'effe wil pinnen'. Daarop ontwikkelt zich een non-dialoog tussen hem en de vrouw die al geruime tijd door het toneelbeeld waart. Ze blijven langs elkaar heen praten, de vrouw (Carola Arons) in warrige, associatieve teksten, terwijl de man (Bert Luppes) dieper ingaat op de al gezongen teksten van Spinoza. Hoewel de twee hun best doen springt de vonk niet over. Vooral die Haagse tongval is na Jacobse en Van Es en Haagse Harry een wel erg versleten stijlmiddel: de komische noot werkt in deze context als een dissonant.

De breuk tussen gesproken tekst en muziek wordt ook in het vervolg niet gelijmd, hoezeer Kyriakides en regisseur Paul Koek daar ook hun best voor hebben gedaan. De nu in blokken opgebouwde muziek is hectischer en elektrischer, en er is visueel stuntwerk, zoals een grote glazen kom vol water die van het plafond naar beneden komt zakken en waarin een levende vis wordt gedeponeerd. Dat alles is weer doorvlochten met Spinoza's betoog dat de vrije wil niet bestaat.

Het is jammer dat Spinoza de beloftes van dat dwingende eerste deel uiteindelijk niet inlost. Maar dat doet niets af aan de vele mooie momenten die ook het vervolg nog bevat, en aan de bijzondere locatie, die al met al wel degelijk extra dimensies toevoegt, zo niet aan het filosofisch, dan toch aan het muzikaal vertoog.


© Frits van der Waa 2006