Let op: de website is verhuisd naar fritsvanderwaa.nl

de Volkskrant van 20-01-2003, Pagina 11, Kunst, Recensie

Nagelvaste topnoten in strot van goud

Iris, van Pietro Mascagni, door het Radio Symfonie Orkest, het Groot Omroepkoor en solisten o.l.v. Jean-Yves Ossonce. 18 januari, Concertgebouw, Amsterdam. Radio 4: 21 januari, 21.02 uur.

Hè ja, een opera over vrouwenhandel, daar werd het echt tijd voor. Toch is Iris van Pietro Mascagni ruim een eeuw oud. Of het onderwerp ook in 1898 al actueel was, is niet bekend, maar Mascagni en zijn librettist Luigi Illica vonden het blijkbaar raadzaam om de handeling voor de zekerheid maar in Japan te situeren.

Aan documentatie had het duo ook weinig boodschap, met als gevolg dat twee van de personages uit Iris zijn opgezadeld met de namen Osaka en Kyoto. Als de opera zich in Nederland had afgespeeld hadden we dus zogezegd Utrecht en Tilburg kunnen horen zingen.

Zulks geschiedde zaterdag in Amsterdam. Tenor Nicola Rossi Giordano weerde zich kranig als Osaka, een man die blijkbaar zo contactgestoord is dat hij Iris, het object van zijn liefde, laat ontvoeren in plaats van op de normale manier naar haar hand te dingen.

Ook de souteneur Kyoto (bariton Paolo Gavanelli) mocht er wezen, maar de ster van de concertante Iris was onbetwist Nelly Miricioiù, de Roemeense sopraan die al bijna twintig jaar vaste gast én grootste coryfee is van de Matinee op de vrije Zaterdag.

Zoals gewoonlijk was ze groots, en niemand nam het haar kwalijk dat ze sommige lastig te treffen tonen liet voorafgaan door een schuivertje: de topnoten zijn nagelvast, de strot is nog altijd van goud, en de onschuld van het meisje Iris kwam tot uiting in een prachtig ongekunsteld, bijna kinderlijk geluid.

De bas Nicolai Ghiaurov is op leeftijd, en klinkt ook zo, wat voor de rol van de oude blinde vader geen enkel bezwaar is. En het bescheiden aandeel van de jonge Estlandse geisha Aile Asszonyi smaakte naar meer.

Helaas geldt dat niet voor dit 'sprookje' van Mascagni, die na zijn Cavalleria rusticana geen werkelijke opera-successen meer heeft geboekt, hoewel hij er nog dertien componeerde. Iris is daarvan de bekendste.

Van de drie aktes die het stuk telt, kabbelt de eerste rustig en oorstrelend voort, met zo veel gevoel voor dramatiek dat Iris ontvoerd is voor je er erg in hebt. Het tweede bedrijf bevat een aantal bevlogen scènes, afgewisseld door passages waar de boodschap er vooral een is van Komop-in-godsnaam-we-moeten-verder. Het derde bedrijf, ten slotte, is zo zeldzaam ongeïnspireerd dat het een raadsel is wat de Matineeprogrammeurs ertoe heeft bewogen een dergelijke dooie opera integraal uit te laten voeren.

Het Radio Symfonie Orkest geloofde er blijkbaar ook niet echt in en was in de broze, solistische tussenspelen vaak onharmonieus bezig. Dat moet ook aan dirigent Jean-Yves Ossonce hebben gelegen, die niet bepaald de indruk wekte dat hij de uitvoerenden op scherp wist te zetten.


© Frits van der Waa 2006