Let op: de website is verhuisd naar fritsvanderwaa.nl

de Volkskrant van 03-07-2003, Pagina 14K, Kunst katern, Recensie

Gedempte felheid

Cage: Sonatas and Interludes / Henck: Festeburger Fantasien. Herbert Henck, piano. ECM.

Door het binnenwerk van een piano te besteken met gummetjes, schroeven, bouten en andere huis-, tuin- en keukenobjecten schiep John Cage in de jaren veertig de 'prepared piano'. Zijn inmiddels klassiek geworden uitvinding klinkt als een vreemde kruising tussen een gamelan-orkest en een bouwvallig klokkenmechaniek. In zijn Sonatas and Interludes for prepared piano uit 1946-48 verkende Cage de rijkdom aan timbres en texturen van zijn nieuwe instrument tot op de bodem, met behoud van zijn eigen, onbevangen esthetiek, waarin elke romantische expressie is uitgebannen, maar die toch ruimte biedt aan serene dan wel opzwepende klanken.

Zulke muziek is een kolfje naar de hand van de Duitse pianist Herbert Henck, die een duidelijke voorkeur heeft voor middelpuntvliedende componisten als Ives, Feldman, Mompou en Koechlin, die zich bewegen op het scherp van de snede tussen verstilling en tegendraadse vibraties. Hencks interpretatie van de Sonatas and Interludes is dan ook onderkoelder dan de meeste andere opnamen van het werk, maar daarom niet minder bevlogen, en de gedempte felheid die inherent is aan dit werk komt onder zijn handen zeker tot zijn recht.

De fraai uitgevoerde doos bevat nog een tweede cd, waarop Henck zowel een normale vleugel als de 'prepared piano' bespeelt. Deze Festeburger Fantasien zijn helaas wel van een heel ander kaliber dan het werk van Cage, en moeten het meer hebben van pianistische frutsels dan van inventiviteit. Bovendien heeft Henck een aantal van zijn improvisaties nog eens 'overgedubd' met een tweede laag, wat het resultaat meer dan eens overladen maakt. Allemaal niks op tegen, maar door deze twee cd's samen in één doosje te stoppen bedrijft het ECM-label een discutabele koppelverkoop.

Lauds and Lamentations: Music of Elliott Carter and Isang Yun. Heinz Holliger, Thomas Zehetmaier, Ruth Killius en Thomas Demenga. ECM.

Een beduidend geslaagdere combinatie, ook op ECM, is het cd-tweeluik dat hoboïst Heinz Holliger heeft gewijd aan Elliott Carter en Isang Yun, met als scharnier de hobokwartetten die beide componisten op zijn verzoek hebben geschreven.

Dat van Yun, de in 1995 overleden Koreaanse wereldburger, stamt uit het jaar voor zijn dood en is om en nabij zijn zwanenzang. Het werk is desondanks bijzonder vitaal, in het slotdeel zelfs triomfantelijk. Yuns muziek klinkt op het eerste gehoor westers-modern, maar heeft toch een lange adem en een verfijning die je aan zijn Aziatische herkomst zou kunnen toeschrijven. Dat geldt ook voor de hobosolo Piri uit 1971, met zijn ver uitgerekte lijnen en adembenemende kleurschakeringen.

Het latere werk van de inmiddels 95-jarige Elliott Carter is beduidend spaarzamer en toegankelijker dan zijn stukken uit vroeger jaren, maar toch heeft ook het hobokwartet uit 2001 een polyfoon karakter: de vier instrumenten gaan elk hun eigen gang en grijpen toch steeds weer in elkaar. Het kwartet is hier aangevuld met een aantal solowerken, waaronder A 6 Letter Letter voor hobo. Dit korte stuk, dat Carter in 1996 schreef voor de 90ste verjaardag van muziekmecenas Paul Sacher, is gebaseerd op de letters van diens naam, Es-A-C-H(=B)-E-Re(=D). Het is fascinerend wat voor muziek Carter in vijf minuten tijd uit dat handjevol noten weet te winnen.

'With Strings Attached': Gershwin, Revueltas, Janson, Grofé, Anderson en Satie. Willem Breuker Kollektief. BVHaast.

Deze compilatie-cd, waarin het Willem Breuker Kollektief opereert in combinatie met een strijkerssectie, omspant een periode van bijna twintig jaar. De oudste opname, die van Gershwins Rhapsody in Blue, stamt uit 1982, en heeft een stootkracht die in vertolkingen door klassieke gezelschappen ver te zoeken is. Even sterk zijn de Breuker-arrangementen van Revueltas' Sensemayá en Erik Saties Parade. De enige nieuwe opname, Passacaglia Vendetta van de Noor Alfred Janson, verzandt hier en daar in clichés en is daarmee het zwakste werk van de plaat. Een verrukkelijk tussendoortje is een stukje van anderhalve minuut, The Typewriter van Leroy Anderson, waarin het apparaat uit de titel als solo-instrument fungeert.


© Frits van der Waa 2006