Let op: de website is verhuisd naar fritsvanderwaa.nl

de Volkskrant van 01-06-2004, Pagina 17, Kunst, Recensie / Reportage

Draailier mengt zich met klotsend water

AMSTERDAM

Derde festival Aqua Musica is voorproefje van veelzijdige programmering aan IJ-oevers

Het Aqua Musica-festival omvat gedurende twee dagen zo'n vijftig mini-concertjes in historische schepen. Maar het is niet langer louter oude muziek. 'Allemaal!'

Over het water klinken ruisende orgelklanken, doorspekt met lieflijke klokkentonen, en daarbovenuit een stralende trompetmelodie. De honderden toeschouwers, die zich hebben verzameld op de Oosterdokskade in Amsterdam en op bootjes, zijn getuige van een wereldpremière. Alleen gaat het hier niet om een muziekstuk, maar om een muziekboot.

Zeven jaar heeft Reinier Sijpkens gewerkt aan zijn Cecilia, een fraai beschilderd scheepje met een ingebouwd draaiorgel en klokkenspel. Hij heeft zijn handen eraan vol: met de ene draait hij het rad, met de ander bedient hij zijn trompet, dan heeft hij nog een elleboog vrij voor de besturing, en hij ziet met dat alles ook nog kans zijn publiek te bespelen. 'Straal even naar elkaar,' roept hij. 'Ja, ja, ik zie al hele warme contacten!'

Na eigenzinnige bewerkingen van stukken als Sound the trumpet en Haydns Trompetconcert volgt het hoogtepunt van dit 'drijfin-concert'. Onder het publiek worden honderdtwintig handklokken uitgedeeld met vijf verschillende toonhoogten. Door vingers op te steken dirigeert Sijpkens zijn spelers, zodat zich een traag klingelende melodie ontvouwt. 'Allemaal!' roept Sijpkens ten slotte, en daarmee is het festival Aqua Musica letterlijk ingeluid.

Achter de hoog optorenende boeg van het Nemo-gebouw tekent zich het silhouet af van het nieuwe Muziekgebouw dat volgend jaar september zijn deuren opent. Met dit derde Aqua Musica-festival geeft de organisatie alvast een voorproefje van de veelzijdige programmering die muziekliefhebbers naar de IJ-oevers moeten lokken. De formule is dezelfde: twee dagen met meer dan vijftig miniconcertjes, die voor een groot deel gegeven worden in de historische schepen van de Museumhaven Amsterdam. Maar waar de vorige twee jaargangen nog uitsluitend gewijd waren aan oude muziek, is het repertoire ditmaal aanzienlijk uitgebreid.

Zo bouwen de medewerkers van het Centrum voor Elektronische Muziek achter de glazen pui van het architectuurmuseum Arcam een 'soundscape' uit de geluiden die in het gebouw zelf te horen zijn. In de somptueuze Trompzaal van het Scheepvaartmuseum verdiepen het Syrène Saxofoonkwartet en pianist Hannes Minnaar zich in de jazzy klankwereld van Milhauds La Création du Monde. En in de roef van de klipperark Rehoboth haalt draailierspeelster Stevie Wishart de meest onwaarschijnlijke geluiden uit haar met elektronica verrijkte hurdy-gurdy, en mengt die met het door een onderwatermicrofoon opgevangen geklots van het omringende water.

Veel van deze optredens hebben een intimiteit die zelfs in een kleine zaal niet goed tot zijn recht zou komen. Dat geldt voor de ontroerende zeventiende-eeuwse Peruaanse liefdesliedjes die de Argentijnse zanger Sebastian Barros ten gehore brengt, maar ook voor een ensemble als The King's Sisters. In het ruim van het VOC-schip de Amsterdam komt het bescheiden, maar zoetvloeiende geluid van de 12-snarige archeviolata lirone en de barokharp optimaal tot zijn recht.

De grootste publiekstrekker in het festival wordt opgevoerd in de balzaal van het Nemo-gebouw, maar is naar verhouding eveneens kleinschalig. Drie zangers slechts zijn er nodig voor het 'intramezzo comico' Terremoto, Farfaletta e Lirone dat Francesco Conti in 1718 componeerde, en het orkestje telt een man of tien. Het gezelschap I Piccoli Holandesi legt zich toe op dergelijke vestzak-operaatjes, die destijds tussen de bedrijven van grote opera's werden opgevoerd als divertissement. De voorstelling wordt in augustus herhaald in het Friese Nijetrijne.

Het verhaal van Terremoto is een niemendalletje: Het gaat over een snoeverige soldaat die de liefdesidylle tussen het paartje Farfaletta en Lirone verstoort, maar uiteindelijk de kous op de kop krijgt. De uitwerking die regisseur en titelrolzanger Marc Pantus eraan geeft is even inventief als hilarisch, zijn tegenspelers Renate Arends en Bernard Loonen doen in enthousiasme niet voor hem onder, en de toonherhalingen die Conti toepast – een eeuw voor Rossini – geven de muziek een onweerstaanbare komische kracht.


© Frits van der Waa 2006