Home
Vertalingen
Stukken
Strips
Genealogie
CV
Links
Zoek

Niet geplaatst artikel voor de Volkskrant, 29 november 2004


Smith en Margiono droompaar in Manon Lescaut

Manon Lescaut, van Puccini, door het Radio Filharmonisch Orkest, Groot Omroepkoor en solisten o.l.v. Edo de Waart. 27 november, Concertgebouw, Amsterdam. Radio 4: 30/11, 20.02 uur.
Tenor Hugh Smith sloot sopraan Charlotte Margiono in de armen. Dirigent Edo de Waart sloofde zich uit om de leden van het Radio Filharmonisch Orkest en het Groot Omroepkoor lof toe te zwaaien. En het publiek bleef maar klappen. Als vanouds sloeg weer eens de operakoorts toe bij de ZaterdagMatinee, ditmaal naar aanleiding van Puccini's Manon Lescaut.
Misplaatst was die gekte allerminst. Manon Lescaut, het eerste grote succes van de componist, bevat alles wat je van een Puccini-opera mag verwachten: een aaneenschakeling van pakkende melodieën, sublieme climaxen, en een smeuïge orkestratie vol fluwelen strijkers en buitelende blazers. Dat het verhaal, evenals dat van Massenets opera Manon gebaseerd op het boek van Abbé Prévost, meer een kapstok voor dat alles is dan een sluitend relaas mag de pret niet drukken. Het begint op een plein in Frankrijk, waar de titelheldin, die voorbestemd is om tot non gewijd te worden, de armlastige student Des Grieux tegen het lijf loopt. Op de onvermijdelijke liefde op het eerste gezicht volgt een nachtelijke ontvoering, waarna het stel in het tweede bedrijf opnieuw de benen neemt, ditmaal voor Manons amant Geronte. In de derde akte wordt Manon samen met een horde hoeren ingescheept naar Amerika, waar ze in het vierde bedrijf in een woestijn aan de doorstane ontberingen bezwijkt, uiteraard in de armen van haar geliefde.
Wat in handen van een mindere componist vermoedelijk een zich voortslepende toestand zou zijn geworden maakte Puccini tot een meeslepend muziekdrama. De Matinee-uitvoering werd in belangrijke mate geschraagd door Smith en Margiono, die zich in veel opzichten een vocaal droompaar toonden. Vooral Smith maakte veel indruk met zijn kernachtig en over het hele register timbrevast tenorgeluid. Aangezien hij net een reeks opvoeringen van Manon achter de rug heeft bij Opera North, zong hij de rol van Des Grieux geheel uit het hoofd, en met een theatrale inzet, wat zijn geloofwaardigheid aanzienlijk vergrootte. Margiono stak daarnaast wat minder bevlogen af, maar leverde desondanks schitterend weerwerk, waarmee ze liet horen dat ze, achter in de veertig intussen, vocaal nog gegroeid is. Haar zieltogen en laatste snikken waren ronduit ontroerend.
Van de vele overige zangers verrichtten de baritons Franco Vassallo en Filippo Morace als Manons broer en chevalier uitstekend werk op het tweede plan. Het Groot Omroepkoor leverde overtuigend 'Ha-ha-ha!'-geroep, en Edo de Waart stuurde de kolkende emoties met vaste hand de haven in, zij het dat hij daarbij de blik meer blik op de horizon dan op de golven zelf gericht hield.


© Frits van der Waa 2006