Let op: de website is verhuisd naar fritsvanderwaa.nl

Niet geplaatst artikel voor de Volkskrant, 13 mei 2005


Bij Bach over de vloer met New Dutch Academy

Telemann, Graupner, Graun en Bach, door de New Dutch Academy Chamber Soloists o.l.v. Simon Murphy. 11 mei, Waalse Kerk, Delft. Herhaling: Deventer (13) en Haarlem (15/5).

Simon Murphy en zijn New Dutch Academy zijn er in de drie jaar van hun bestaan vrij aardig in geslaagd om de muziek te omzeilen die voor een barokorkest het meest voor de hand ligt. Het ensemble verkende met Corelli en de Mannheimers de wortels en de uitlopers van het tijdperk, en ontdekte in componist Joseph Schmitt een belangwekkende Nederlandse achttiende-eeuwer. Toch moet je er eens aan geloven, en dus spelen Murphy en zijn kornuiten deze week Bach. Maar dan wel Bach met een originele invalshoek, namelijk bezien als muzikaal gastheer.
Tot de componisten die bij Bach over de vloer kwamen behoorden naast Georg Philipp Telemann ook de minder bekende Christoph Graupner en Johann Gottlieb Graun. De Chamber Soloists, een uittreksel uit de meervoudig bezette Dutch New Academy, laten horen hoe hun muziek hij Bach binnenskamers heeft geklonken. In de Delftse Waalse Kerk, een smalle hoge ruimte met witgeplamuurde wanden, ging dat niet helemaal vanzelf. Zelfs met een bescheiden bezetting van zeven instrumenten heeft de klank er de neiging wat dicht te lopen. Bovendien bleven de strijkers zeker in het begin niet al te best op toon, wat noopte tot minutenlange stemrondes. Het had ook tot gevolg dat Telemanns Lustige Suite na een eclatant begin geleidelijk wat aan welluidendheid inboette, al wisten de musici de souplesse, de vaart en de contrasten tot het slot toe in stand te houden.
Erg evenwichtig was de keus uit Bachs muziekkast niet, want Graupners Sonata in G is, hoe plezierig ook, aan de korte kant, terwijl Grauns Sonata voor altviool, klavecimbel en basso continuo door het geringe tempoverschil tussen de delen wat eenvormig en daardoor langdradig is. Wel biedt het stuk met zijn kleine, transparante bezetting een aangename afwisseling op het wat stereotiepe klankbeeld van de omringende werken, temeer daar Murphy en klavecinist Menno van Delft geïnspireerd samenspel leveren.
Beide helften van het optreden worden - hoe kan het anders - besloten met werk van Bach zelf. Diens klavecimbelconcerten BWV 1054 en 1055 munten niet alleen uit door de vrolijk klaterende solopartijen van Van Delft, maar vooral ook doordat de harmonieën nét even schrijnender zijn, en de architectuur niet alleen gevarieerder, maar ook beter doortimmerd is. Hoe doordacht de programmering van de Dutch Academy ook is, uiteindelijk doet de geweldenaar Bach het werk van zijn tijdgenoten verbleken tot dertien-in-het-dozijn-muziek.


© Frits van der Waa 2006