Home
Vertalingen
Stukken
Strips
Genealogie
CV
Links
Zoek

de Volkskrant, Kunst & Cultuur, 24 januari 2007 (pagina 14)

'A Tempest' van David Prins laat muziek de ruimte

A Tempest, van Henry Purcell, door Barokopera Amsterdam o.l.v. Frédérique Chauvet en David Prins. 21 januari, de Meervaart, Amsterdam. Tournee (zie www.barokopera.nl)

Kleren maken de man, en dat geldt bij de voorstelling A Tempest van Barokopera Amsterdam meer dan ooit. Als alle spelers aan het slot hun attributen aan de voet van het toneel neerleggen valt het ineens op dat er aan de hele voorstelling geen enkel decorstuk te pas is gekomen, afgezien dan van de podiumdelen waarop het tienkoppige barokorkestje gezeten is.

Het lidwoord in de titel is niet voor niets onbepaald. Ja, het gaat hier wel om The Tempest van Shakespeare, maar dan in de bewerking van John Dryden, opnieuw vertaald en aan deze tijd aangepast door regisseur David Prins, met de bijbehorende theatermuziek van Henry Purcell.

Barokopera Amsterdam heeft in zijn producties The Fairy Queen en King Arthur al eerder met Purcell gestoeid, en het resultaat sluit dan ook als een bus. Daarbij moet je dan wel een paar sprookjeselementen voor lief nemen, zoals het gegeven dat de twee meisjes en de jongen die hier de protagonisten zijn niet weten wat een man, respectievelijk vrouw is.

Daarvan zijn ze bewust onkundig gelaten door hun opvoedster, de tovenares Prospera, die in Purcells tijd nog Prospero heette, maar door Prins van geslacht is veranderd om de toenmalige opmars van de vrouw op het toneel te benadrukken.

De opbrengst van al dat knip- en plakwerk is een vrolijke mix van gesproken en gezongen theater, waarin een jonge cast van vijf zangers en vijf acteurs een bonte menigte aan windgoden, matrozen en solistisch optredende personages vertolkt. Dikwijls zelfs kruipen ze met zijn tweeŽn in de huid van één karakter, de een mimisch, de ander muzikaal. De wisselingen tussen gezongen Engels en gesproken Nederlands voelen niet altijd even lekker, maar daar staat tegenover dat de voorstelling buitengewoon toegankelijk is.

Het orkest, aangevoerd door Frédérique Chauvet, sprankelt in Purcells muziek met zijn zielsmeltende harmonische wendingen en zijn telkens weer verrassend verspringende lijnen. Bij het zangersploegje valt vooral sopraan Ina Boonen op als de bevallige luchtgeest Ariel.

De muziek krijgt veel ruimte, soms zelfs zo veel dat er statische momenten optreden, maar de ingenieuze manier waarop de verkleedpartijen tijdens het uitgesponnen happy end zijn verweven met de zang benadrukken op een welsprekende manier de macht van de muziek. En die van de liefde natuurlijk.


© Frits van der Waa 2007