Let op: de website is verhuisd naar fritsvanderwaa.nl

de Volkskrant, Kunst & Cultuur, 26 april 2007 (pagina K18)

Dwarse Spaanse trompetjes

Quijotes: Ibert, De Falla, Ravel en Guridi door Carlos Álvarez en Orquesta de la Communidad de Madrid o.l.v. José Ramon Encinar. DG.

Het schrijven van Spaanse muziek is lange tijd een Franse aangelegenheid geweest. Bizet was met zijn Carmen een voorloper van een ontwikkeling die er toe leidde dat aan het begin van de vorige eeuw de Spaanse muziekproductie grotendeels in Franse handen was. Het is ook te horen op de cd Quijotes, waarop vier werken zijn verzameld die allemaal gecomponeerd zijn naar aanleiding van de diverse eeuwfeesten rond Cervantes' befaamde roman, waarvan we er nu, honderd jaar later, ook net een echter de rug hebben.

De cd opent typerend genoeg met vier liederen van Jacques Ibert, waarin de componist stoeit met habanera-ritmes en het orkest uitbreidt met een klavecimbel. Carlos Álvarez, de hoofdpersoon van deze cd, heeft een uiterst smeuïge bariton, die hij echter op een wat eenzijdige pompeuze manier gebruikt.

In het meest omvangrijke – en werkelijk Spaanse – werk op de cd, El retablo de maese Pedro van Manuel de Falla, komt Álvarez pas laat op de proppen, wanneer hij als Don Quichotte het hele poppenspel de schedel klooft. De toon in dit stuk wordt aangegeven door het unverfroren doorzingende jongenssopraantje Xavier Olaz Moratinos, en door de muziek van De Falla, een fascinerende mix van quasi-archaïsche en neoklassieke geluiden (weer met dat klavecimbel), opgeluisterd met dwarse trompetjes.

De Frans-Spaanse componist bij uitstek was natuurlijk Maurice Ravel, die als geboren Bask bijna de goede papieren had en als componist helemaal. Zijn drie liederen tellende cyclus Don Quichotte à Dulcinée bevat ook al van die blikken toetergeluiden. Álvarez is hier het best op dreef, vooral in het afsluitende Chanson à boire. Als orkestraal extraatje fungeert Una aventura de Don Quijote, een symfonisch gedicht uit 1915, waarin Jesús Guridi de vechtpartij van de Don met de monniken in klank vat. Het vrijwel onbekende stuk is heel onderhoudend en eigenlijk een stuk leuker dan zijn overvolle en weinig Spaanse tegenhanger, de Don Quixote van Richard Strauss.

Influencias: Ravel, Turina, Toldrà. Cuarteto Casals. Harmonia Mundi.

De kwaliteiten die het Cuarteto Casals toevoegt aan Ravels Strijkkwartet uit 1903 zijn niet zozeer Spaans als wel van wereldklasse. Het jonge kwartet draagt de naam van de beroemde cellist Casals met ere, zo onwaarschijnlijk goed speelt het. Ravels stuk, toch al een hoogtepunt in het repertoire, krijgt een subliem evenwicht, scherpte en zuiverheid, en de musici halen tegelijkertijd voortdurend onvermoede details naar voren. Vergeleken daarbij klinken Vistes al mar van Eduardo Toldrà en Oración del torero van Joaquin Turina een beetje gewoontjes, vooral als je bedenkt dat die stukken circa 20 jaar later gecomponeerd zijn. Dat maakt verder niet uit, want het kwartet doet er net zo hard zijn best voor. Voorafgaand aan de drie delen van Toldrà's werk reciteert een meneer de gedichten van Joan Maragall waarop het werk gebaseerd is. Een stemmige toevoeging.

Ginastera: Panambí, Estancia. London Symphony Orchestra o.l.v. Gisèle Ben-Dor. Naxos.

Storend aan Alberto Ginastera's ballet Estancia is de rol van de zanger, die er af en toe doorheen moet praten. Het werk van de Argentijnse componist staat samen met Ginastera's andere ballet Panambí op een door Naxos opnieuw uitgebrachte cd. Hoewel er aanvankelijk wat jungle-achtig geroezemoes klinkt, heeft Ginastera's muziek niet veel Argentijns. Het is eerder een bevreemdende collage van allerlei invloeden, die soms omslaat in regelrechte na-aperij. Stukjes uit Stravinsky's 25 jaar eerder geschreven Sacre komen langs, alsook duidelijke echo's van Ravels Moeder de Gans en flarden Puccini. Vermakelijk is het wel, om zo van het ene naar het andere land geslingerd te worden.


© Frits van der Waa 2007