Home
Vertalingen
Stukken
Strips
Genealogie
CV
Links
Zoek

de Volkskrant, Kunst & Cultuur, 24 juli 2008 (pagina K14)

(behalve de eerste illustratie zijn de afbeeldingen niet in de krant verschenen)


Heer Ollie als melkkoe


De Bezige Bij heeft iets goed te maken met Marten Toonder

Met Alle verhalen van Olivier B. Bommel en Tom Poes levert de Bezige Bij een eerste worp van een prestigieuze serie. Maar was het volledige werk van Marten Toonder niet al lang uitgegeven? Overzicht van een halve eeuw drukwerk, van prentenboek tot Bommel-atlas.


Omslagtekening van de groot-formaat-editie van Laat dat een les zijn


Een boekenplank van twee meter is nog de minste aanschaf die een serieuze Bommelliefhebber de komende tien jaar te wachten staat, nu de Bezige Bij een begin heeft gemaakt met de uitgave van een zestigdelige reeks, getiteld Alle verhalen van Olivier B. Bommel en Tom Poes.

Hoog hoeven die planken niet te zijn, want het gaat hier om boekjes in het zogeheten oblongformaat. Fraaie gebonden uitgaven zijn het, met een mooi blauw linnen ruggetje. Ze liggen goed in de hand. Het papier glimt niet. Elke pagina bevat één van de in totaal 11.768 afleveringen die Marten Toonder tussen 1941 en 1986 schreef en tekende, in de vorm waarin ze oorspronkelijk gedacht zijn: een strook tekeningen met daaronder de beschrijvende tekst, in ongeveer gelijke proporties.

Het kan nog chiquer, maar dan heb je wel een hogere plank nodig. De Bezige Bij geeft van de reeks namelijk ook een luxe-editie uit. Die is vijf keer zo duur, ongeveer anderhalf keer zo groot, in linnen gebonden, en de auteursnaam is in goud gedrukt. En daarnaast is van het deel Laat dat een les zijn een eenmalige editie uitgebracht die ongeveer 40 bij 30 centimeter meet en waarin de tekeningen op het oorspronkelijke formaat zijn afgedrukt. De Bezige Bij heeft zich 35 jaar terug ook al eens gewaagd aan een dergelijke enorme foliant. Vanwege de vormgeving werd die in verzamelaarskringen al snel het 'behangselboek' genoemd. De huidige editie, die aanzienlijk steviger in zijn jas zit, doet daarentegen eerder denken aan de Atlas van Fouquet.

Wonderlijk toch dat het zo lang geduurd heeft voordat de heer van stand eindelijk de eer krijgt die hem toekomt. Het is immers al meer dan veertig jaar geleden dat de Bezige Bij een begin maakte met de succesvolle Bommelreeks op paperbackformaat. En de relatie tussen Bommel en Bij gaat nog veel verder terug. Toonder en Bezige Bij-grondlegger Geert Lubberhuizen leerden elkaar al in de oorlogsjaren kennen, toen ze zich beiden bezighielden met ondergronds drukwerk. Toonder wijdde in 2001 zelfs een boekje aan zijn oude, in 1984 overleden vriend, getiteld We zullen wel zien, waarin hij meldt: 'Toen in Engeland het boek Tom Puss Tales verscheen in 1947, gaf hij het onmiddellijk in Nederland uit, tot ontzetting van serieuze schrijvers, die de gang daar vol kinderboeken zagen liggen. Desondanks liet hij het er niet bij zitten. Hij gaf mijn verhalen op alle mogelijke manieren een kans. Hij deed dat het ene jaar in boekjes van oblongformaat, hij probeerde het een jaar later zonder tekeningen en na vijf jaren met een illustratie hier en daar, maar nooit had het succes.'


'Een illustratie hier en daar' (De Klonters, 1957)

Toonders memoires zijn niet altijd accuraat. Die vroege Bommelboekjes uit de eerste twintig jaar na de oorlog zijn bijna allemaal bij andere uitgeverijen verschenen. De uitgaaf met een 'illustratie hier en daar' is de allerlelijkste en inderdaad van de Bezige Bij. Er waren in die tijd twee problemen die een serieuze Bommel-uitgaaf in de weg stonden: het ongebruikelijke oblong-formaat en, erger, het odium dat op strips rustte. Strips, zo heette het, bevatten te veel geweld, boden te weinig diepgang, en zouden 'leeslui' maken. Dat gold zelfs voor de typisch Nederlandse strips-met-ondertekst. Op middelbare scholen werd naarstig gediscussieerd over de vraag of leerlingen Toonder op hun boekenlijst mochten zetten.

In 1967 kwam de Bezige Bij met een oplossing. In Toonders woorden: 'Een gewoon boek voor volwassenen, met kleine tekeningetjes boven de tekst. Voor het eerst toonde de boekhandel belangstelling, zodat Geert er de tweehonderdvijftigste literaire reuzenpocket van maakte. Toen ik niet lang daarna op zijn kamer kwam, knikte hij me met zijn geheimzinnige glimlach goedkeurend toe en deelde me mede dat ik een bestseller had geschreven.'

Daarmee begon inderdaad de zegetocht van Toonder in de Nederlandse literatuur, en de Bezige Bij zou de succesformule, met twee of drie verhalen per boek, dan ook veertig jaar lang bijna ongewijzigd handhaven. Bijna. Want er was veel kritiek op de stiefmoederlijke behandeling die de illustraties in de 'literaire reuzenpockets' ten deel viel. Ze waren gereduceerd tot postzegelformaat en de randen waren er letterlijk afgesneden. Na protesten van liefhebbers werd de vormgeving in de loop der jaren iets aangepast. Ook het befaamde 'behangselboek' was een ietwat extreme repliek op de criticasters.


Afgesneden randen (Het Kukel, 1967)

De Bommelpockets – het werden er uiteindelijk 48 – beleefden allerlei herdrukken in allerlei gedaanten, zelfs als scheurkalender. Maar de plaatjes bleven het kind van de rekening. Ook toen in de jaren negentig een speciale, keurig gebonden reeks met 48 door Toonder geselecteerde verhalen verscheen, waren er nog altijd verhalen waarin de nog altijd piepkleine illustraties werden ontsierd door dichtgelopen rasters en andere gevolgen van het voortdurend recyclen van ontoereikend materiaal. Toonder heeft nooit geprotesteerd, maar zijn beer en zijn poes waren onmiskenbaar veranderd in melkkoeien.


Dichtgelopen rasters (Het Lemland, 1994)

Doorgewinterde Bommelliefhebbers hadden nog meer reden tot onvrede, want de meeste verhalen van vóór 1955 waren niet meer verkrijgbaar. Veel ervan waren zelfs nooit uitgegeven. Dat kwam doordat Toonder zich ertegen verzette. Hij vond die vroege verhalen te 'pril' om ze aan het publiek prijs te geven. Het gevolg was dat er in de jaren zeventig tientallen roofdrukken verschenen, waarna Toonder overstag ging en toestemming gaf voor het eenmalig uitbrengen van een reeks 'oerpoezen' die De Bezige Bij als oblong-boekjes uitbracht in samenwerking met het Stripschap. Toch was ook die reeks niet compleet, want Toonder vond bepaalde verhalen, met name enkele die tijdens ziekte door zijn medewerkers waren vervaardigd, nog steeds onder de maat.

Toen Toonder ten langen leste instemde met de uitgave van zijn complete werk, een initiatief van de in strips gespecialiseerde uitgeverij Panda, was het dan ook op voorwaarde dat het daarbij om een gelimiteerde editie zou gaan, die slechts in een oplage van 2500 exemplaren zou verschijnen. Tussen 1991 en 2002 verschenen 40 bommelbruine kunstlederen banden. In samenwerking met de auteur werden tekst en tekeningen van alle 177 verhalen doorgelicht op fouten en inconsequenties. Elk deel was voorzien van een aanhangsel waarin onder meer door Toonder verworpen tekeningen of afleveringen waren opgenomen, en van een voorwoord van Toonder zelf. Het kon nauwelijks exemplarischer, al was het nadeel wel dat er veel voor betaald moest worden en het grote publiek geen weet had van de uitgaaf.

Paradoxaal genoeg maakte de dood van Toonder in juli 2005 het mogelijk om zijn erfenis volledig te ontsluiten. De Bezige Bij bracht acht deeltjes met 'Avonturen van Tom Poes' op de markt, in een vergelijkbare vorm als de nu verschenen deeltjes. In feite ging het hier om herdrukt materiaal uit de reeks 'oerpoezen'. De volgorde van de verhalen in deze serie klopt alleen niet, zodat ze niet aansluit op de huidige reeks Volledige verhalen.

Intussen is er toch iets vreemds met die nieuwe uitgaaf van de Bezige Bij. In het colofon staat namelijk dat de tekeningen zijn gedigitaliseerd en gecorrigeerd en dat het bij de teksten gaat om de 'laatste versie waarin Marten Toonder nog correcties heeft kunnen aanbrengen.' Dat zou dus de Panda-uitgave moeten zijn. Maar bij nauwkeurige bestudering blijkt dat de Bezige Bij zich voor zowel teksten als tekeningen bediend heeft van eerdere versies uit de jaren tachtig. Het maakt bij deze betrekkelijk late verhalen (deel 45 en 59 uit de reeks) niet zo heel veel uit. Bij oudere verhalen zal dat wel gaan schelen.

Met deze volledige uitgave onderstreept de Bezige Bij het belang van het Bommel-oeuvre, ook al slaat ze daarmee in feite Toonders wensen daarover in de wind. Maar dat mag natuurlijk niet betekenen dat de laatste door hem geautoriseerde versie zomaar wordt weggemoffeld, uit achteloosheid of doordat ze toevallig bij een andere uitgeverij is gepubliceerd. Wat dat betreft heeft de Bezige Bij zelfs nu al weer iets goed – of op zijn minst beter – te maken.

Marten Toonder: Laat dat een les zijn (de Krookfilm, De Transmieter, de Vrezelijke Krakken). De Bezige Bij. 228 p. ISBN 978 90 234 2970 8. € 15,-.
Luxe editie: ISBN 978 90 234 2969 2. € 75,-.
Editie groot formaat ISBN 978 90 234 2975 3. € 75,-.

Marten Toonder: Een eenvoudig gebaar (De Zelfkant, De Vergelder) 192 p. ISBN 978 90 234 2972 2. € 15,-.
Luxe editie: ISBN 978 90 234 2971 5. € 75,-.


PS
Na het inleveren van dit artikel ontdekte ik nog een ongerechtigheid in de grote editie van Laat dat een les zijn.
Op pagina 47 treedt Heer Bommel buiten de kaders van de tekening, wat door de vormgever niet is opgemerkt, zodat hij nu een vingertop mist. Erg slordig voor een boek dat 75 euro moet kosten.
In de goedkope editie is de tekening wel goed afgedrukt. De 'luxe' editie heb ik niet gezien.

Andere artikelen over Toonder op deze website:
Hanezang
De wondere schaduwwereld
Heer Bommel komt op
Heer Bommel compleet
Interview
Musical De Trullenhoedster

© Frits van der Waa 2008