Let op: de website is verhuisd naar fritsvanderwaa.nl

de Volkskrant, Kunst & Cultuur, 3 mei 2010

Bevrijding vol edelstenen, fakkelgoed en zonnestralen

Ariane et Barbe-Bleue, van Paul Dukas, door het Radio Filharmonisch Orkest en Groot Omroepkoor o.l.v. Lothar Zagrosek. 1 mei, Concertgebouw, Amsterdam. Radio 4: 4/5, 20.02 uur.

Er zijn vier mannelijke rollen in Paul Dukas' opera Ariane et Barbe-Bleue, tegenover zes vrouwen, maar die mannen hebben erg weinig in de melk te brokken. Zelfs de Blauwbaard uit de titel is vocaal gezien maar een blauwbaardje. Na de eerste scène komt hij niet meer aan het woord. Maar natuurlijk speelt hij wel een belangrijke rol in het leven van de vijf vrouwen die hij gevangen houdt in de duistere krochten van zijn kasteel, en voor nummer zes, Ariane, die kordaat alle deuren en ramen openzet.

Je zou er met gemak een parabel over het Dutroux-drama in kunnen zien, of een pamflet over vrouwenemancipatie. Maar het ging toneelschrijver Maurice Maeterlinck, op wiens werk Dukas zijn opera baseerde, vermoedelijk meer om het bredere concept van 'bevrijding'. Net als in zijn beroemdere, door Debussy getoonzette, Pelléas et Mélisande, tasten de personages symbolistisch rond in hun bestaan, dat even duister is als Blauwbaards burcht.

Bij Dukas resulteerde dit na een scheppingsproces van acht jaar in een opera die zo excentriek is, dat ze na de première in 1907 niet vaak meer wordt opgevoerd. Niet zo vreemd, gezien het muzikale parcours dat wordt bepaald door zes zingende dames, en waarvan de eenzijdigheid nog in de hand wordt gewerkt door het optimisme van de hoofdpersoon.

Toch is Dukas' opera een geweldig muziekstuk en een sieraad voor de ZaterdagMatinee, waar het werk dit weekeinde concertant werd uitgevoerd. Dukas, die zo kritisch op zijn eigen werk was dat hij circa de helft ervan vernietigde, beweegt zich hier op het kruispunt van Duitse romantiek en het Franse impressionisme, en combineert die twee met behulp van een een even rijk als subtiel gehanteerd orkestpalet.

Dat is het waar deze opera muzikaal over gaat: de pure extase die gepaard gaat met de overgang van het duister naar het licht. Dat begint heel bescheiden als Ariane de deuren in de burcht opent en telkens overgoten wordt door een stortvloed aan gekleurde edelstenen, en culmineert in het moment dat ze haar vijf schuwe co-eega's de weg naar buiten toont.

Dat de Zweedse mezzo Katarina Karnéus een tikje eenzijdig overkwam, is eerder te wijten aan de rechtlijnigheid van het Ariane-personage dan aan haar vocale vermogens, waarop hier een beroep van wagneriaanse proporties werd gedaan. Tegengas kwam van de formidabele alt Marie-Nicole Lemieux als de voedster, en van Diana Axentii, als de aanvoerster van de gekerkerde dames.

Maar het ware licht gloeide telkens weer op uit het Radio Filharmonisch Orkest, dat door dirigent Lothar Zagrosek de voortdurende verschijningen van edelstenen, fakkelgloed en zonnestralen een werkelijk ongehoorde schittering verleende.


© Frits van der Waa 2010