Let op: de website is verhuisd naar fritsvanderwaa.nl

de Volkskrant, Kunst & Cultuur, 21 mei 2010

Veelzijdige eenakter van de schaduw van Mozart

Schubert en Salieri, door het Combattimento Consort o.l.v. Jan Willem de Vriend en Eva Buchmann. 19 mei, Musis Sacrum, Arnhem. Herh.: Amsterdam (21), Leiden (22/5).

Sinds de film Amadeus, waarin Mozart door regisseur Milos Forman wordt neergezet als een goddelijk, maar kinderlijk genie, geldt zijn rivaal, de componist Antonio Salieri, als een jaloerse kribbebijter zonder talent. De realiteit was anders: Salieri, zes jaar ouder dan Mozart, was een vriendelijke man, en de auteur van muziek die op zijn minst verdienstelijk genoemd mag worden. Feit is dat hij totaal is verdwenen in de schaduw van zijn beroemdere collega.

Het Combattimento Consort doet daar wat aan in zijn jongste programma – niet alleen aan de hand van Salieri's werk, maar ook aan dat van zijn op één na bekendste leerling, Franz Schubert (de bekendste was Beethoven). In de Eerste Symfonie, die de 16-jarige Schubert in 1813 componeerde, is de persoonlijkheid van de componist nog pril, maar het is toch een werk dat stevig in zijn schoenen staat en niet onderdoet voor menige Haydn-symfonie.

De grote attractie is een semi-scenisch uitgevoerde komische eenakter van Salieri, Prima la musica, poi le parole: 'eerst de muziek, dan de woorden.' Dat is een geestige omkering, want een opera hoort natuurlijk vanuit de tekst gedacht te zijn. Salieri voert hier een componist en een tekstdichter ten tonele, die in vier dagen tijd een opera moeten schrijven. De muziek is klaar, alleen moet er nog een tekst bij, en dat leidt tot veel gekrakeel. Bovendien komen er ook nog twee zangeressen op de proppen, waarvan de een de serieuze, muziekgerichte, en de andere de komische, tekstgerichte operatraditie vertegenwoordigt.

Het als altijd met veel jeu musicerende Combattimento Consort had bij de eerste uitvoering de pech dat de boventiteling niet werkte, zodat de muziek inderdaad, meer dan bedoeld, voorop stond. Het ontbreken van de tekstdimensie deed nauwelijks afbreuk aan de hilarische taferelen die de vier zangers, met behulp van schaar, snijmachine en grote hoeveelheden papier ten beste geven.

Claudia Patacca glorieert als diva in allerlei stijlpastiches, Piotr Micinski draagt de de show als componist met loszittend haarstukje, en ook Robbert Muuse (dichter) en Ralf Popken (Tonina) weren zich kranig. En de muziek? Die is even veelzijdig als verrukkelijk en lijkt hier en daar razend veel op stukjes uit Don Giovanni, Figaro en nog zo wat Mozart-opera's – die destijds, in 1786, alleen nog wel gecomponeerd moesten worden.


© Frits van der Waa 2010