Let op: de website is verhuisd naar fritsvanderwaa.nl

de Volkskrant, Kunst & Cultuur, 31 mei 2010

Hartveroverende Tristan en Isolde in Rotterdam

Operadagen Rotterdam. T/m 6 juni.

Opera in de supermarkt, opera in de huiskamer, opera in de boekwinkel, opera op straat: in Rotterdam, waar zich dit jaar voor de vijfde keer de Operadagen afspelen, doen ze hun uiterste best om de opera onder het volk te brengen. En dat gebeurt op een niet alledaagse manier, met gepopulariseerde versies van Carmen en Die Zauberflöte, maar ook met nieuwe en grensoverschrijdende producties, een reeks debatten en een internationaal congres, Opera Europa.

De openingsvoorstelling van het evenement, De Cornet, profiteerde vrijdagavond van een warme zomeravond en een fraaie zonsondergang – gezien het openluchtkarakter van de productie geen overbodige luxe. Het grootste deel speelt zich af op een schiereilandje ergens in de Maas, een indrukwekkende locatie waar de toeschouwer zich omringd ziet door gigantische steenhopen.

Helaas valt de voorstelling daarbij geheel in het niet. De bedenkers, regisseur Sjaron Minailo en dirigent Winfried Maczewski, verkeren blijkbaar in de veronderstelling dat het achter elkaar zetten van fragmenten uit liederen en verhalende cantates vanzelf iets oplevert dat op muziektheater lijkt. Dat kan wel, maar dan moet je een subtiel stuk als Martin Streda van Andrew Svoboda niet laten spelen in een scheepsruim vol ronkende machines, en de ingetogen muziek van Brittens Abraham and Isaac niet binnen een seconde na de slotnoot kapot laten schreeuwen door een acteur met een megafoon.

Het Belgische gezelschap Scherzi Musicali bood fascinerend tegenwicht met een semiscenische uitvoering van Giulio Caccini's L'Euridice uit 1600, een van de allereerste opera's uit de muziekgeschiedenis. Met instrumenten die zo zuiver tokkelen, ruisen en rinkelen dat het middenrif ervan mee gaat zoemen, en zangers die niet alleen beschikken over schitterende jonge stemmen, maar ook over het vermogen om elk woord met betekenis te laden, wekte het ensemble onder leiding van Nicolas Achten de oude mythe opnieuw tot leven.

De combinatie van een sterk verhaal, muzikaal meesterschap en een kundige regisseurshand leidt ook in Le vin herbé van Opera O.T. tot een indringende voorstelling. Le vin herbé, een muzikale hervertelling uit 1941 van de Tristan-legende, is door de Zwitserse componist Frank Martin gedacht als oratorium, maar leent zich uitstekend voor een dramatisering, zo blijkt uit de even summiere als subtiele enscenering van Gerrit Timmers en Mirjam Koen. Het verhaal wordt verteld door een koor, waaruit telkens individuele protagonisten naar voren treden. Aanvankelijk worden er nog complete decorstukken ingezet, maar die wijken al gauw voor een simpel bed of een lange door twee zangers vastgehouden stok die als scheepsreling fungeert.

Philippe Do en Yvette Bonner zijn hartveroverend als Tristan en Isolde, maar hun komt nauwelijks meer lof toe dan de totale zangersequipe en het ensemble Domestica Rotterdam. Om nog maar te zwijgen van componist Martin, die in een gevoelvol, maar toch zakelijk-modern idioom bij zijn zangers en het instrumentaal ensemble, dat slecht bestaat uit zeven strijkers en een piano, het onderste aan liefdesdrank uit de kan haalt.


© Frits van der Waa 2010