Let op: de website is verhuisd naar fritsvanderwaa.nl

de Volkskrant, Kunst & Cultuur, 3 mei 2013

Een meesterklarinettist en zijn kleine broertje

Mahler, Copland, Fröst, Messiaen en Sjostakovitsj door Amsterdam Sinfonietta o.l.v. Candida Thompson. 1/5, Muziekgebouw, Amsterdam.

Dat een klarinet een van de gewiekste en plooibare blaasinstrumenten is wisten we, maar als Martin Fröst het instrument bespeelt, ontvouwen zich toch nieuwe dimensies. De 42-jarige meestermuzikant en het strijkorkest Amsterdam Sinfonietta besloten woensdag in het Amsterdamse Muziekgebouw een concertreis die hen de afgelopen weken door een aantal Europese landen voerde.

In het Klarinetconcert van Aaron Copland kon Fröst zijn kwaliteiten, een intens zangerige toon en een fabelachtige wendbaarheid, goed etaleren. Het stuk, dat uit 1947 stamt, heeft een ietwat hoekige speelsheid, maar klinkt prima. Zoemende strijkers en robuuste drieklanken maken aanvankelijk een herhaalde rondgang langs een reeks akkoorden, maar breken ten slotte baan in een ritmische eindsprint waarin twangende bassnaren knipoogjes naar de jazz werpen.

Werkelijk los ging het in een reeks klezmerdansen en Brahms' Hongaarse Dans nr.1, beide voor strijkers en klarinet bewerkt door Göran Fröst, 'mijn kleine broertje' zoals de solist hem aanduidde. Vorig jaar, in het Concertgebouw, liet hij al horen volledig thuis te zijn in deze sublieme Oost-Europese swing, met bijbehorende acrobatiek en opzettelijke rafelgeluiden. Nu werd het nog pakkender, door zijn voortdurende interactie met de spelers van Sinfonietta. Fröst, die het postuur en de beweeglijkheid van een 18-jarige heeft, stuwde al dansend het tempo en de expressie waarheen hij wilde.

Die fysieke ongedwongenheid heeft het 'broertje', overigens een kop langer dan de klarinettist, op de gedachte gebracht een stuk te componeren waarin de solist gechoreografeerde bewegingen uitvoert. Niet zo'n goed plan, zo bleek, want alles wat naturel en soepel is aan Frösts fysieke aanwezigheid wordt dan opeens houterig en gekunsteld. Het stuk zelf, getiteld DClipse, is behaaglijk, maar losbladig en gelukkig niet al te lang. Wel is het duidelijk dat Göran Fröst heel vindingrijk is in het verzinnen van virtuoze klarinetloopjes. Met Abîme des oiseaux uit Messiaens Quatuor pour la fin du temps voorzag Fröst zijn optreden van een contemplatief slot.

Sinfonietta omlijstte dat alles met twee standaardwerken uit het repertoire, het Adagietto uit Mahlers Vijfde symfonie en het voor strijkers bewerkte Achtste strijkkwartet van Sjostakovitsj. Hoewel het orkest geen dirigent heeft en vanaf de eerste lessenaar wordt aangevoerd door violiste Candida Thompson, legt het een opmerkelijke eenheid aan de dag, wat nog wordt benadrukt door het zichtbare speelplezier en betrokkenheid van de zelfregulerende groepjes musici.


© Frits van der Waa 2013