Home
Vertalingen
Stukken
Strips
Genealogie
CV
Links
Zoek

de Volkskrant, Kunst & Cultuur, 12 oktober 2016

Andrea Breth laat Manon het schip in gaan met haar verzinsels

Manon Lescaut van Puccini, door De Nationale Opera o.l.v. Andrea Breth en Alexander Joel. 10/10, Nationale Opera & Ballet, Amsterdam. Herhalingen 13, 16, 19, 22, 25, 28 en, 31/10.

Het was in 1731 vrij ongewoon dat een Franse auteur zijn heldin liet omkomen in een woestijn in Louisiana. Amerika stond in die tijd nog niet model voor de American Dream, het was eerder een toevluchtsoord voor verschoppelingen. Toen Giacomo Puccini in 1893 Manon Lescaut van Abbé Prévost als uitgangspunt voor een opera koos, was Amerika nog altijd een land waar een zweem van exotiek omheenhing.

De opera was zijn eerste grote succes en dat was geen wonder. Het heerlijk melodramatische verhaal, over de liefde tussen de beeldschone Manon en de berooide student Des Grieux, die wordt gedwarsboomd door de oude snoeper Geronte, kreeg van Puccini een pakkende uitwerking. De aria's zijn kort maar intens, de handeling is doorspekt met dans en zang en andere muzikale tussendoortjes, terwijl het laatste bedrijf inzoomt op het tragische einde van het liefdespaar.

Die woestijn is bij de nieuwe Manon-enscenering van De Nationale Opera (DNO) van het begin af aanwezig. Stoelen, banken en kale witte schotten verzinken in het zand, dat voor het overige weinig lijkt op echt zand. Geholpen door een aanwijzing in het programmaboek valt hieruit op te maken dat het hele gebeuren zich voor Manons geestesoog ontrolt, terwijl ze in het verre Amerika ligt te sterven. Vandaar dat Manon en Des Grieux aan het begin schijnbaar liggen te slapen naast een grote spiegel, die in het laatste bedrijf een symbool van een fata morgana blijkt te zijn.

Dat soort visuele codes – vaak niet ontcijferbaar – is een middel dat regisseur Andrea Breth met graagte hanteert. De befaamde Duitse toneelregisseur, die al twee keer eerder te gast was bij DNO, heeft zich doen kennen als een maker van dorre, steriele voorstellingen, waaruit weinig tot geen affiniteit met de muziek spreekt. Dat bevestigt ze nog eens met deze Manon.

De hallucinatie-invalshoek mag dan een verklaring bieden voor de gekunstelde aanblik van de voorstelling, maar wat hier voor koortsdroom doorgaat, kan evengoed worden opgevat als hersenspinsel van een theatermaker die in godsnaam maar iets verzint omdat er nu eenmaal brood op de plank moet komen.

Geheel buiten het verhaal om komen nonnen langs hopsen en verschijnt een stel in roze gehulde kardinalen. Gedurende vrijwel het hele eerste bedrijf staat het koor minutenlang als bevroren op de achtergrond en bewegen alle personages zich houterig en gestileerd. In de loop van de voorstelling wordt de gestiek per bedrijf losser en minder geforceerd, maar het blijft gissen wat daarvan nou de bedoeling is. Het kale decor en de Prikkebeenkostuums van de onlangs overleden ontwerpster Moidele Bickel versterken de vervreemding.

Pas in de tweede helft van de opera valt de visualisering enigszins samen met de muziek. De dramatische scne waarin de tot verbanning veroordeelde Manon en een groep vrouwen één voor één het schip – hier een container – in gaan is te goed om te verpesten. En in het laatste bedrijf hebben Eva-Maria Westbroek en Stefano La Colla als Manon en Des Grieux gelukkig het rijk alleen en is Breth verstandig genoeg om de muziek het werk te laten doen.

Want daar is bijzonder weinig mis mee. Dirigent Alexander Joel en het Nederlands Philharmonisch Orkest laten Puccini's noten van meet af aan sprankelen, waarbij zowel de zwijmelkracht van de melodieën als de fonkelende orkestratie het volle pond krijgt. De fluitpartijen zijn om te zoenen.

Westbroek, Neêrlands enige echte prima donna, toomt haar vocale vermogens voldoende in om nog enigszins over te komen als een meisje van 18. En waar ze dat niet doet wordt dat ten volle gerechtvaardigd door de grootse passies en door het sterke weerwerk van La Colla, een tenor met een krachtig, maar nergens snerpend of tremulerend stemgeluid.

De arme Thomas Oliemans, die Manons broer vertolkt, heeft van Breth opdracht gekregen zich als een stoethaspel te bewegen, maar op zijn soepele zang is niets aan te merken. Geronte, gezongen door Alain Coulombe, klinkt soms een tikje beslagen en mag ook al niet normaal bewegen. Het koor van De Nederlandse Opera levert haast onopvallend, want visueel totaal in de hoek gedrukt, bijzonder fraaie en welluidende bijdragen.

En verder: zand erover.


© Frits van der Waa 2016