Let op: de website is verhuisd naar fritsvanderwaa.nl

 

Een fragment uit
De rode vlag
door David Priestland, vertaald door Janine van der Kooij, Pon Ruiter en mij

Zie ook de aankondiging

Op 1 mei 1950, de Dag van de Arbeid, nam een groep mannen in semi-militair tenue, compleet met armbanden met rode sterren erop, de macht over in Mosinee, een klein fabrieksstadje in Wisconsin. Ze blokkeerden de toegangswegen en vielen met getrokken wapens de slaapkamer van burgemeester Ralph Kronenwetter binnen, die op dat moment niet meer aan had dan een gestippelde pyjama en een ochtendjas. De burgemeester legde zich neer bij zijn nederlaag, en werd naar het zojuist omgedoopte 'Rode Plein' gebracht, waar hij vanaf een podium dat getooid ging met de leus 'De Staat is Belangrijker dan het Individu' zijn plaatsgenoten opriep zich over te geven. Volkscommissaris Kornfeder, de met een bolhoed getooide aanvoerder van de opstandelingen, riep Mosinee uit tot een deel van de USSA (United Socialist States of America) en vaardigde een decreet uit waarmee de fabrieken werden genationaliseerd, alle partijen behalve de communistische werden opgeheven en alle burgerlijke en kerkelijke organisaties werden verboden.

Dat was communisme op zijn Amerikaans, al ging het hier niet om een actie van de CPUSA, maar om een variant die in scène was gezet door het American Legion, een conservatieve en fel anti-Sovjet gezinde veteranenorganisatie. De burgers van Mosinee hoefden de verschrikkingen van het communisme niet langer dan een dag te verduren. Ze waren medespelers in een van de vele politieke spektakelstukken die in die tijd werden georganiseerd om de gevaren van het communisme aanschouwelijk te maken. Voor de bezetting van Mosinee waren met opzet Legion-leden bijeengezocht die van elders afkomstig waren en dus niet herkend konden worden door de plaatselijke bevolking. Nadat hun leider een toespraak had gehouden waarin hij verklaarde: 'We tellen de uren tot het moment dat de arme en onderdrukte arbeiders zullen opstaan en het hele verrotte regime van de Verenigde Staten omver zullen werpen!', namen ze de repressie serieus ter hand. Burgers die tegenstribbelden, onder wie drie nonnen, werden opgesloten in 'concentratiekampen', bibliotheken werden doorzocht op verboden boeken, en de film Guilty of Treason, die gebaseerd was op het showproces van de Hongaarse kardinaal Mindszenty, mocht niet meer vertoond worden in de plaatselijke bioscoop. Ook andere, alledaagsere aspecten van de Amerikaanse levensstijl werden in de ban gedaan: sportvelden werden 'gevorderd', in restaurants was alleen nog roggebrood en aardappelsoep te krijgen, en de prijs van kostuums en koffie werd opgetrokken tot meer dan het vijfvoudige. Er werd een rantsoenering ingevoerd, en in de Milwaukee Journal verscheen een afbeelding waarop een zesjarig kind mistroostig naar een uithangbord keek met het opschrift 'Snoep alleen voor juniorleden van de communistische partij'.

De bezetting van Mosinee was georganiseerd door kaderleden van het Legion, maar er waren belangrijke rollen weggelegd voor ex-communisten. Joseph Kornfeder, in het dagelijks leven kleermaker, was een in Slowakije geboren immigrant die tussen 1919 in 1934 communist was geweest en was opgeleid aan de Leninschool. Zijn medespeler in het rollenspel was Ben Gitlow, die secretaris-generaal van de CPUSA was geweest, maar aan het eind van de jaren twintig was weggezuiverd tijdens een van Stalins tegen de rechtervleugel gerichte campagnes. Burgemeester Kronenwetter, een Democraat, was aanvankelijk bepaald niet gelukkig met de vertoning, die hij beschouwde als een 'idee van de Republikeinen', maar had uiteindelijk toch zijn medewerking toegezegd.

Een maand later speelde zich een schouwspel af dat nagenoeg identieke trekken vertoonde, ditmaal in de bioscopen van de USSR. De Mosfilmproductie Samenzwering van de verdoemden was gesitueerd in een doorsnee Oost-Europees land dat werd geregeerd door verschillende partijen die zich hadden aaneengesloten tot een volksfront. Ook hier draaide het verhaal om een van buitenaf aangestuurde samenzwering die tot doel had een politieke omwenteling tot stand te brengen. Alleen waren nu de Amerikanen de schurken. De Amerikaanse ambassadeur MacHill, een ogenschijnlijk charmante maar cynische man, staat aan het hoofd van een sinister gezelschap dat erop uit is de communisten uit de regering te stoten en het land te dwingen mee te doen met het Marshallplan. Tot zijn trawanten behoren de sociaaldemocraten ('Ik heb al zoveel regeringen laten vallen met de hulp van de sociaaldemocraten', gnuift MacHill), het Vaticaan en kardinaal Birnch (gemodelleerd naar het voorbeeld van Mindszenty), de achterbakse Cristina, aanvoerster van de rechtse Christelijke Eenheidspartij, een onbetrouwbare ambassadeur van Tito, en ten slotte de Amerikaanse seksbom Kira Reichel, een journaliste uit Chicago. Ze beramen een aantal laaghartige plannen, waaronder een moordaanslag op de heldin van de film, de communistische vice-premier Hanna Likhta. Verder doen ze pogingen om de bevolking te paaien met prullaria uit Amerika – er arriveert een 'vredestrein', compleet met jazzband en advertenties voor Lucky Strike-sigaretten – en om een voedseltekort teweeg te brengen, waardoor het land volledig afhankelijk wordt van het Westen. Maar de communisten verzetten zich tegen de coup en brengen de massa's in het geweer tegen de verderfelijke dollar, ter verdediging van de ware leer en de nationale onafhankelijkheid. Ze bestormen het parlementsgebouw, onder het roepen van leuzen als 'Het Marshallplan betekent onze dood! We willen niet aan de Amerikaanse leiband lopen!', en MacHill wordt verjaagd, samen met de reactionaire partijen.

Zowel uit de bezetting van Mosinee als uit Samenzwering van de verdoemden blijkt wel welke thematiek en welke sfeer de nieuwe Koude-Oorlogspolitiek beheersten, zowel in het Oosten als het Westen. Het tijdperk van de volksfronten was overduidelijk voorbij, en voormalige bondgenoten waren nu aartsvijanden: in de Verenigde Staten werd communisme gelijkgesteld aan fascisme, terwijl in de USSR de sociaaldemocratie opnieuw werd betiteld als sociaal fascisme. De eensgezindheid die de staat in plaats daarvan oplegde, was gebaseerd op een mengeling van nationalisme en universele ideologische principes, samengevat als 'Amerikanisme' of 'Sovjetwaarden'. Alles wat deze orde bedreigde, gold als uiterst gevaarlijk. Sympathie voor de tegenpartij, of het nu ging om radicaal links in het Westen, of om liberalisme in het Oosten, moest met wortel en tak worden uitgeroeid, omdat die wellicht voortvloeide uit slinkse samenzweringen, beraamd door de rivaliserende supermacht. Hoewel de ideologische oorlog door de politieke elites werd gebruikt voor hun eigen doeleinden, was er niet één persoon aan te wijzen die verantwoordelijk was voor het ontstaan ervan. De nieuwe, obsessieve aandacht voor ideologische veiligheid verklaart de bizarre angst voor spionnen en samenzweringen. Het gevolg van die obsessie was een langdurige tussenfase in de Europese burgerstrijd, waarbij binnenlandse botsingen tussen sociale klassen werden omgevormd tot conflicten tussen geopolitieke blokken.


© Frits van der Waa 2009