Let op: de website is verhuisd naar fritsvanderwaa.nl

 

Een fragment uit
Schaarste
door Sendhil Mullainathan en Eldar Shafir, vertaald door Ineke van den Elskamp en Frits van der Waa

Tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog drong het tot de Geallieerden door dat ze voor een probleem stonden. Tijdens hun opmars door de door Duitsland bezette gebieden zouden ze te maken krijgen met grote hoeveelheden uitgehongerde mensen. Voedsel was het probleem niet: de Amerikanen en Britten hadden genoeg voorraden om de door hen bevrijde burgers en krijgsgevangenen van eten te voorzien. Het probleem was eerder van technische aard. Hoe ga je om met mensen die zo lang op de grens van de hongerdood hebben verkeerd? Moet je hun een volledige maaltijd voorzetten? Moet je hen zo veel laten eten als ze willen? Of moet je ze juist weinig te eten geven en hun rantsoen geleidelijk opvoeren? Wat was de veiligste methode om uitgehongerde mensen tot gezonde eters te maken?

De experts hadden destijds geen antwoord op die vragen. En daarom zette een groep onderzoekers aan de universiteit van Minnesota een experiment op poten. Maar om uit te zoeken hoe je mensen voedsel moet toedienen moet je ze eerst een tijdlang te weinig te eten geven. Het experiment maakte gebruik van een groep gezonde mannelijke vrijwilligers in een gecontroleerde omgeving, van wie de calorie-inname werd gereduceerd tot ze uiteindelijk nog net genoeg voedsel binnenkregen om geen blijvende lichamelijke schade op te lopen. Na een paar maanden begon het echte experiment, dat moest uitwijzen hoe hun lichaam reageerde op diverse vormen van voedseltoediening. Voor de proefpersonen was het geen eenvoudige opgaaf, maar het was nu eenmaal 'de Goede Oorlog', en gewetensbezwaarden die niet naar het front hoefden namen bereidwillig deel aan het experiment.

De zesendertig proefpersonen werden ondergebracht in een slaapzaal en werden nauwlettend geobserveerd; al hun gedragingen werden bijgehouden. Hoewel de onderzoekers voornamelijk geïnteresseerd waren in de fase waarin weer voedsel zou worden toegediend, namen ze ook de gevolgen van de uithongering onder de loep. De fysieke gevolgen van voedselgebrek zijn nogal ingrijpend. De proefpersonen raakten zoveel vet kwijt dat zitten pijnlijk werd en ze kussens moesten gebruiken. Een extra complicatie was dat het gewichtsverlies gepaard ging met oedeem: ten gevolge van het voedseltekort hoopte zich extra vocht op in hun lichaam, tot zeven liter toe. Hun stofwisseling liep met veertig procent terug. Hun prestaties en hun uithoudingsvermogen hadden eronder te lijden. In de woorden van een van de proefpersonen: 'Als ik onder de douche mijn haar was, merk ik hoe slap mijn armen zijn. Van die simpele bezigheid word ik al helemaal moe.'

Ze werden niet alleen fysiek zwakker; de effecten waren ook mentaal. Sharman Apt Russell beschrijft in haar boek Hunger hoe het tijdens een lunch toeging:

De mannen werden ongeduldig als ze in de rij stonden voor het eten en de bediening traag was. Ze gingen bezitterig om met hun eten. Sommigen van hen zaten diep over hun bord gebogen en schermden hun maal af met hun armen. Meestal zwegen ze en concentreerden ze zich op hun eten [...] Afkeer van bepaalde soorten voedsel, zoals koolraap, verdween. Al het eten werd tot en met de laatste hap opgegeten. Daarna likten ze hun borden af.

Dit is min of meer wat je zou verwachten van mensen die honger lijden. Maar een aantal mentale veranderingen dat optrad was minder voor de hand liggend:

Sommigen raakten geobsedeerd door kookboeken en menu's van restaurants in de omgeving. Sommige mannen konden urenlang bezig zijn met het vergelijken van prijzen van fruit en groente in verschillende kranten. Sommigen van hen vatten het plan op de landbouw in te gaan. Ze droomden van een nieuwe carrière als restauranthouder [...] Ze verloren hun interesse in academische kwesties en toonden meer belangstelling voor kookboeken [...] Als ze naar de film gingen hadden ze alleen aandacht voor de scènes met eten.

Ze waren gefixeerd op voedsel. Natuurlijk is het zaak om meer eten in handen te krijgen als je honger lijdt. Maar de zaken waarmee ze in de geest bezig waren dienden geen enkel praktisch nut meer. Fantaseren over een eigen restaurant helpt niet tegen de honger, evenmin als het vergelijken van voedselprijzen en het lezen van kookboeken. Integendeel, al dat denken over eten – bijna een obsessie – moet hun honger alleen maar aangewakkerd hebben. Dat was geen bewuste keuze. Een van de deelnemers aan het onderzoek in Minnesota beschreef later hoe frustrerend het was om voortdurend aan eten te denken:

Naar mijn idee heb ik nog nooit zo hevig naar iets uitgezien als naar het eind van dat experiment. En dat niet eens zozeer [...] vanwege het lichamelijk ongemak, maar omdat eten het belangrijkste in je leven werd. Eten werd het middelpunt van alles en het enige wat werkelijk telde. En het leven wordt behoorlijk saai als dat het enige is. Ik bedoel, als je naar de film ging konden de liefdesscènes je niet veel schelen, maar het viel je meteen op wanneer er gegeten werd, en wat er gegeten werd.

Het was geen bewuste keuze van de uitgehongerde mannen dat ze meer op het eten letten dan op de plot. Ze konden het niet helpen dat ze zo gespitst waren op eten. De honger nam bezit van hun denken en hun aandacht. Voor de onderzoekers in Minnesota was dit gedrag niet meer dan een bijzaak. Maar voor ons is het een treffende illustratie hoe schaarste ons verandert.

Schaarste neemt bezit van het denken. Net zoals de uitgehongerde proefpersonen voortdurend aan eten moesten denken, leidt de ervaring van schaarste, van welke soort ook, ertoe dat we erdoor in beslag genomen worden. De geest richt zich automatisch en onweerstaanbaar op onvervulde behoeften. Voor mensen die honger hebben is dat de behoefte aan eten. Voor wie het druk heeft is het misschien een project dat met spoed af moet. Voor wie platzak is kan het de huur van de lopende maand zijn, en voor eenzame mensen de behoefte aan gezelschap. Schaarste is meer dan alleen het onprettige gevoel te weinig te hebben. Het is iets wat je manier van denken verandert. Het neemt bezit van je geest.


© Frits van der Waa 2013