Let op: de website is verhuisd naar fritsvanderwaa.nl

 

Een fragment uit
This is what it sounds like
door Susan Rogers, vertaald door FvdW

Abstractie in muziek is een heel recente ontwikkeling, al zal iedereen die jonger is dan veertig hier waarschijnlijk van opkijken. Abstracte opnamen – opnamen die hoofdzakelijk of uitsluitend machinaal voortgebrachte, door computers aangedreven klanken bevatten in plaats van door mensen op akoestische (inclusief elektronisch versterkte) instrumenten gespeelde geluiden – zijn binnen een decennium of twee wereldwijd de muzikale klankwereld gaan domineren. Volgens deze definitie waren in 2021 bijna alle nummer-een-hits van Billboard in hoge mate abstract. De enige uitzonderingen waren Adele's 'Easy On Me', met zijn spaarzame piano-en-basdrum-arrangement en Mariah Careys onverslijtbare kerstfavoriet 'All I Want For Christmas is You', die al in 1994 is opgenomen, toen het realisme nog hoogtij vierde in de ether. De akoestische gitaar in Lil Nas X's 'Montero (Call Me By Your Name)' en de piano in Olivia Rodrigo's 'driver's Lises' zijn typische voorbeelden van abstracte muziek anno nu: een eenzaam traditioneel akoestisch instrument, ingekapseld in gesamplede en door apparaten gegenereerde klanken.

Gedurende het grootste deel van onze geschiedenis was alle muziek die luisteraars hoorden uitsluitend realistisch. Voordat Edison zijn favoriete uitvinding deed – een naald die een geluidsgolf optekende in een met zachte was beklede roterende cilinder – bestond muziek uitsluitend als levende uitvoering: echte mensen die in realtime op echte instrumenten speelden. Het publiek luisterde niet alleen, het keek toe, terwijl een orkest, een barbershopkwartet of een jugband speelde en zong. Dus toen er een apparaat verscheen dat luisteraars in staat stelde om naar believen muziek te beluisteren in hun eigen huis, zonder de noodzaak om een concertzaal te bezoeken, was dat voor professionele geluidstechnici het begin van een honderdjarige queeste: het streven om platen te maken die klonken als een liveoptreden.

Gedurende bijna de hele twintigste eeuw waren opnametechnici allereerst bezeten van één ideaal: high fidelity ofwel hifi, de volkomen natuurgetrouwe opname. Toen ik in de jaren zeventig en tachtig begon aan mijn carrière in de muziekindustrie bestond de expertise van de technicus nog altijd uit het kiezen van de juiste apparatuur, materialen en technieken om een muziekuitvoering zo getrouw te reproduceren dat een luisteraar zich kon indenken dat ze midden in de zaal zat, recht tegenover de muzikanten.

Realisme in een opname wordt allereerst bereikt door het soort klanken dat we horen (akoestische versus virtuele instrumenten) en de natuurgetrouwheid of exactheid waarmee die zijn opgenomen (high- of low-fidelity). Maar er is nog een derde factor van invloed op onze perceptie van het realisme van een opname: de muzikale gestiek van de uitvoerenden. Dat is de unieke manier waarop een artiest zijn stem of instrument gebruikt om muzikale ideeën en emoties uit te drukken. Sommige van dergelijke gestes zijn iconisch geworden, zoals de gespannen, diepe frons en vooruitgestoken kin die acteur Robert De Niro inzet om 'Yeah, maybe' te kennen te geven, of de samengeknepen lippen van Meryl Streep waarmee ze wil zeggen 'Wacht even, ik denk na...' Sommige muzikale gestes zijn zo herkenbaar dat ze het 'kenmerkende geluid' van een artiest worden, zoals het gebruik dat de negentiende-eeuwse violist Niccolò Paganini maakte van pizzicato (tokkelen), het 'cowboygejodel' van de vroeg-twintigste-eeuwse countrymuziekpionier Jimmie Rodgers, Maybelle Carters 'Carter scratch' gitaartechniek, en de hamerende rock-'n-roll-piano van Jerry Lee Lewis.

Muzikale gestes kunnen subtiel zijn en toch overtuigende aanwijzingen geven van wat de uitvoerder voelde. We zijn ons er intuïtief van bewust hoe een lichaam of een stem blijk kan geven van een emotionele of zelfs fysieke toestand, en die kan worden uitgedrukt door minieme akoestische nuances, zoals de manier waarop een zanger inademt tussen twee zinsdelen, of de snelheid waarmee een drummer de hihat intrapt in de aanloop naar een refrein. Dientengevolge hebben opnametechnici zich gedurende het grootste gedeelte van de twintigste eeuw gericht op het vastleggen van de subtielste details van realtime muzikale gestes, om de opname zo realistisch en karakteristiek mogelijk te laten lijken. Door specifieke akoestische eigenaardigheden van musici nauwkeurig weer te geven probeerden opnametechnici de luisteraar op te laten gaan in de uitvoering, en haar die te laten horen en visualiseren alsof ze zelf in de studio aanwezig was.

'Jumpin' Jack Flash' van de Rolling Stones en 'Eet' van Regina Spektor zijn goede voorbeelden van realistische opnamen met opvallende muzikale gestes. Je kunt je makkelijk voorstellen dat Keith Richards nog maar net op tijd bij de microfoon is voor zijn backing vocals. Het is niet moeilijk om je voor te stellen hoe Regina de pianotoetsen streelt terwijl ze zingt.

Opnamen waarin de hifi-klank van echte (niet virtuele) instrumenten bepalend is en de unieke muzikale gestes van de uitvoerenden intact zijn gelaten worden gezien als 'realistische opnamen'. (De officiële benaming van de Audio Engineering Society is 'traditionele akoestische opnamen'.) Als je luistert naar in de vorige eeuw opgenomen muziek hoor je gewoonlijk het naturalistische eindresultaat van een realistische opname.

Luisteraars die de voorkeur geven aan realistische opnamen vinden het gewoonlijk plezierig om zich voor te stellen hoe de musici zelf de song uitvoeren – of dat zijzélf de song uitvoeren. Omdat realistische muziek in een 'menselijk' tempo wordt gespeeld en 'menselijke' melodieën bevat, is het makkelijk om mee te zingen of je in te beelden dat je een van de instrumenten speelt of het orkest dirigeert. Voor diegenen onder ons wier hersenen een voorliefde hebben voor realistische opnames, kan de luisterervaring een weerspiegeling zijn van het spelen of zingen en dat kan voor velen van ons een krachtige beloning zijn.


© Frits van der Waa 2022