Let op: de website is verhuisd naar fritsvanderwaa.nl

de Volkskrant van 05-02-1999, Pagina 8, Kunst, Recensie

Gitarist Hijmans is blazers de baas

Werk van Sauer, Lann, Hijmans, Padding en Termos, door Orkest de Volharding o.l.v. Jurjen Hempel. 3 februari, Melkweg, Amsterdam. Herhaling: Velp (12/2) en Rotterdam (17/2).

Orkest de Volharding presenteert zijn nieuwe programma onder de titel Extravaganza, maar eigenlijk dekt die vlag de lading niet. Het gaat hier gewoon om een solide Volharding-programma met vijf Nederlandse stukken van elk ongeveer een kwartier lengte, waaronder drie premières. Want ook dat is standaard bij de Volharding. Er was dan ook niets op tegen geweest om het programma Standaard te noemen, of zelfs Hoge Standaard, want het spel van de dertien muzikanten laat niets te wensen over, en de muziek is dan misschien niet aldoor even hemelbestormend, maar zeker het aanhoren waard.

Het stuk dat nog het meest van de Volharding-norm afwijkt is Burn/one van gitarist Wiek Hijmans. Om te beginnen is er een solist, de componist zelf, en ten tweede overschrijdt het werk de standaardlengte van een kwartier met wel vijf minuten. Het stuk is een tikje brokkelig en in het begin een beetje braaf, maar allengs worden de klanken stekeliger, en groeit de muziek uit tot een waar gevecht tussen de solist en het orkest. Bij vlagen versmelt het elektrische geluid van de gitaar wonderwel met de snerpende saxen, maar uiteindelijk is Hijmans het blazerspeloton telkens weer te vlug af, met zijn vonkende, supersnelle nootjes.

In haar The way of the Ram heeft Vanessa Lann een aantal van de muzikanten op klompen gezet, om het gemis aan slagwerk te ondervangen. Het stuk verbeeldt een reis, wat duidelijk tot uiting komt in de langzaam evoluerende muzikale structuren, maar het is - los van de klompen - onmiskenbaar een voetreis. Het sjokt voort in ostinate patronen, die weliswaar niet ontbloot zijn van inventiviteit, maar al gauw nogal futloos aandoen. Pas tegen het slot, wanneer er dooreenwemelende melodieën opbloeien uit de repeterende ritmes, wint de muziek opeens enorm aan spanning.

Met twee sterke stukken uit het verleden, Arcade-Space Mutants van Arthur Sauer en Remote Places van Martijn Padding, handhaafde de Volharding de druk op de ketel die bij Lann en Hijmans soms wegviel. Het derde premièrestuk, Via Via van Paul Termos, belooft ook zo'n evergreen te worden. Het werk is de Volharding op het lijf geschreven. Termos, die het patent heeft op karige, uitgebalanceerde stukken, gaat zich hier te buiten aan een voor zijn doen extravagant hergebruik van clichés en citaten uit de lichte en de serieuze muziek, zonder echter zijn eigen stijl te verloochenen. Vanaf de eerste banale grote drieklank, die prompt op losse schroeven wordt gezet, is het resultaat even geraffineerd als hilarisch: Termos gaat aan de haal met materiaal van Mozart, veegt de vloer aan met Dizzy Gillespie, en verwerkt de brokstukken tot een stuwend discours, waarin de motieven zich aaneenrijen tot een volgende platitude. Via Via is een stuk met een Januskop: aan de ene kant is het een dwaze potpourri, aan de andere kant ook een doortimmerd staketsel van scherp gedoseerde noten. Termos' jongleerkunst is fascinerend, en tegelijkertijd verwarrend: want in hoeverre is muziek serieus te nemen als ze je voortdurend in de lach doet schieten?


© Frits van der Waa 2006