Let op: de website is verhuisd naar fritsvanderwaa.nl

de Volkskrant van 06-12-1999, Pagina 9, Kunst, Recensie

Nikolaus Harnoncourt plooit melodie en tijd

Haydn, Bartók en Dvorák door het Chamber Orchestra of Europe o.l.v. Nikolaus Harnoncourt. 4 december, Concertgebouw, Amsterdam. Radio 4: 8/12, 20.02 uur.

Het scheelde zaterdag niet veel of het publiek van de Matinee was in 'we want more'-geroep uitgebroken. Maar ondanks het langdurige applaus maakte dirigent Nikolaus Harnoncourt geen aanstalten om een toegift uit zijn mouw te schudden. Dat is zijn stijl niet: Harnoncourt is een gentleman, ook als muzikant, en vond het ongetwijfeld onbetamelijk om een zo mooi gecomponeerd programma nog met voetnoten te belasten.

Oorspronkelijk zou het Chamber Orchestra of Europe zijn optreden hebben besloten met Dvoráks Zevende Symfonie. In plaats daarvan klonken diens Acht Slavische dansen op.72. Een meesterzet, want zo ontstond een muzikaal rijm tussen dit met trom- en bekkenslagen doorspekte werk en het tsjingboem van Haydns Symfonie nr.100, de 'Militaire'. Ook werd de verbinding met de Hongaarse volksmuziek die doorklinkt in Bartóks Divertimento nog duidelijker.

De 70-jarige Harnoncourt, ooit oude-muziekspecialist, is in de loop van een kwart eeuw opgerukt van Bach naar Bartók, dus als hij nog even zo doorgaat, is hij op zijn tachtigste in het jaar 2000.

Zijn leeftijd is hem overigens niet aan te zien. Hij leidt zijn spelers met een gracieuze slag (zonder baton) door de muziek, en duikt op spannende momenten met een katachtige concentratie naar voren. Onder zijn handen worden muzikale tijd en melodische lijnen plooibaar.

Het tempo is nooit star, maar verend en dansant. In de furieuze passages van Dvoráks Dansen leidt die elasticiteit een enkele maal tot een zekere roezemoezigheid in de snelle begeleidingsfiguurtjes, maar dat is een geringe prijs voor een zo feestelijke en energieke uitvoering, waarin hopsa-heisasa en milde, versmolten onderdelen elkaar afwisselen.

Het Chamber Orchestra of Europe, dat sinds 1997 een jaarlijks weerkerende gast is in de Matinee, musiceert op een zeer hoog niveau. De orkestklank is voor Haydn aan de robuuste kant, maar blijft, zeker in de rustige, nergens gejaagde interpretatie van Harnoncourt, toch heel transparant. Dankzij de strijkers van het ensemble werd Bartóks Divertimento het meest indringende onderdeel van het programma: stuiterend en joyeus in de hoekdelen, en adembenemend verfijnd in het Molto adagio. Hierin wist Harnoncourt zowel de prangende contrasten in het hart van het deel, als het ternauwernood hoorbaar gemurmel aan het begin en het slot te vangen onder een sublieme spanningsboog.


© Frits van der Waa 2006