Let op: de website is verhuisd naar fritsvanderwaa.nl

Dit artikel verscheen op 10 november 2005 onder mijn naam in de Volkskrant, maar er is door een eigenmachtig optredende eindredacteur van alles aan toegevoegd - waaraan veel niet klopt. Zo is het vertrek van Maarten Altena, anders dan nu gesuggereerd wordt, geenszins het gevolg van het negatieve advies van de Raad voor Cultuur, en is het ensemble ondanks dit advies zijn subsidie niet kwijtgeraakt.

Hieronder staat de tekst zoals hij bedoeld was. Alles wat geschrapt is, is blauw weergegeven.
Daarnaast staat de gepubliceerde tekst, waarin alles wat niet van mijn hand is in rood is weergegeven.

De krant heeft een rectificatie geplaatst.

‘Hij is nog steeds de klankregisseur die hij altijd was’

‘Het blijft natuurlijk mijn favoriete bandje,’ zegt Maarten Altena over zijn eigen ensemble. Vijfentwintig jaar bestaat het Maarten Altena Ensemble nu, maar tijdens de jubileumconcerten van komende week neemt het gezelschap officieel afscheid van zijn oprichter. Altena (62) draagt eind dit jaar de artistieke leiding over aan componist Yannis Kyriakides (1969) en Roland Spekle (1959). Intussen werkt hij wel aan een nieuwe opera voor het ensemble, dat voortaan onder de naam MAE door het muziekleven zal gaan.

Maarten Altena weg bij eigen ensemble

Altena Ensemble is niet langer ‘unieke experimenteerplaats’

De bassist Maarten Altena verlaat het naar hem genoemde ensemble dat hij 25 jaar geleden zelf heeft opgericht. Vorig jaar verloor het Maarten Altena Ensemble zijn rijkssubsidie van 120 duizend euro per jaar na een opvallend negatief advies van de Raad voor Cultuur.
Altena (1943) draagt eind dit jaar de artistieke leiding over aan de componist Yannis Kyriakides (1969) en Roland Spekle (1959). Tijdens de jubileumconcerten van komende week neemt het gezelschap officieel afscheid van zijn oprichter. Intussen werkt hij wel aan een nieuwe opera voor het ensemble, dat voortaan MAE zal heten.
Op advies van de Raad voor Cultuur raakte Altena's groep vorig jaar zijn subsidie van OCW kwijt. Volgens de raad verloor het gezelschap in de periode 2000-2004 zijn 'unieke' positie als 'experimenteerplaats voor de muziek'. De producties uit die jaren waardeerde de raad 'overwegend matig tot negatief'. Vijf jaar geleden al adviseerde de raad 'dat de uitvoeringskwaliteit verbetering behoefde', maar dat leidde niet 'tot overtuigend resultaat'. 'Aldoor stroef klinken is voor de raad niet een op zichzelf staande kwaliteit.'

‘Ik heb er lang over nagedacht,’ zegt Altena. ‘Ik werd langzamerhand moe van het organiseren. De groep zelf is jong en zo vitaal als een groep moet zijn. Het begon indertijd als een anarchistisch impro-bandje, maar heeft zich ontwikkeld tot een band met ontzettend veelzijdige projecten.’
Gitarist Wiek Hijmans, het langst zittende lid van het MAE, heeft het allemaal meegemaakt. ‘Wat mij indertijd aantrok waren de heldere vormideeën, in combinatie met die improvisatorische gekte,’ zegt hij. ‘Maarten is als bassist en later ook als artistiek leider een van de meest inspirerende musici die ik ooit gekend heb, en ik zal zijn enorme enthousiasme vast heel erg missen. Hij is iemand met een enorme klankgevoeligheid. Op den duur was het ambachtelijk basspel voor hem niet zo belangrijk meer, en daar is hij dus mee gestopt. Maar hij is nog steeds bij alle repetities aanwezig, zelfs al werkt het ensemble sinds een paar jaar met een dirigent. Hij is nog steeds de klankregisseur die hij altijd was.’
Het ensemble werkte in wisselende aantallen en bezettingen, maar ontwikkelde gaandeweg een eigen sound, waarin de klank van een elektrische gitaar, een zangeres en een blokfluit een belangrijk aandeel hebben.
‘Ik heb er lang over nagedacht,’ zegt Altena. ‘Ik werd langzamerhand moe van het organiseren. De groep zelf is jong en zo vitaal als een groep moet zijn. Wat begon als een anarchistisch impro-bandje, is nu een band met ontzettend veelzijdige projecten.’
Het ensemble werkte in wisselende aantallen en bezettingen, maar ontwikkelde gaandeweg een eigen sound, waarin de klank van een elektrische gitaar, een zangeres en een blokfluit een belangrijk aandeel hebben.
Gitarist Wiek Hijmans is het langst zittende lid van het MAE. ‘Wat mij indertijd aantrok waren de heldere vormideeën, in combinatie met die improvisatorische gekte,’ zegt hij. ‘Maarten is als bassist en later ook als artistiek leider een van de meest inspirerende musici die ik ooit gekend heb. Hij is nog steeds bij alle repetities aanwezig, zelfs al werkt het ensemble sinds een paar jaar met een dirigent. Hij is nog steeds de klankregisseur die hij altijd was.’
‘Bij het Altena Ensemble gaat het tegenwoordig veel meer over geschreven noten,‘ zegt pianist en componist Guus Janssen, die in het begin van de jaren ’80 in het MAE speelde. ‘Maar het bedient nog steeds een gebied dat normaal gesproken nauwelijks aan bod komt.’ Zoals Altena het zelf omschrijft: ‘De groep is een magneet voor mensen die zelfstandig kunnen opereren.’
Janssen: ‘Dat Maarten ermee stopt vind ik een verstandige beslissing: hij moet nu als componist de grotemensenwereld in. De uitgesproken bezetting van het MAE is heel leuk voor componisten die langskomen, maar werd voor hemzelf op den duur te beperkend.’
Het Maarten Altena Ensemble heeft de laatste jaren veel samengewerkt met kunstenaars uit andere disciplines, onder wie dichter Remco Campert, die ook deelneemt aan het jubileumconcert. Die koers zal het nieuwe team zeker voortzetten, maar Kyriakides is wel van plan meer met muzikanten uit de elektronische hoek te gaan werken. Ook wil hij in principe versterkt gaan spelen.
‘Ik houd van versterkt geluid,’ licht hij toe. ‘Het gaat dan niet per se om een luidere klank, maar om een andere balans en een grotere transparantie.’ Ook wil hij het ensemble af en toe opsplitsen in duo’s, terzetten en kwartetten: ‘Het kaliber van deze musici is zo hoog, die moet je niet steeds tutti laten spelen.’
Altena, die zelf zijn opvolgers heeft uitgekozen, heeft het volste vertrouwen in hun vernieuwingen. Wat hem meer zorgen baart zijn de cultuurpolitieke ontwikkelingen: ‘Als bijvoorbeeld de huidige plannen met het Fonds voor de Scheppende Toonkunst doorgaan, zou het met clubjes als deze wel eens afgelopen kunnen zijn.’

MAE 25, met werk van Peter Adriaansz, Gilius van Bergeijk, Guus Janssen, Paul Termos e.a. Amsterdam (13/11), Arnhem (17/11) en Eindhoven (18/11).

‘Bij het Altena Ensemble gaat het tegenwoordig veel meer over geschreven noten,’ zegt pianist en componist Guus Janssen, die begin jaren 1980 in het MAE speelde. ‘Maar het bedient nog steeds een gebied dat normaal gesproken nauwelijks aan bod komt.’ Zoals Altena het zelf omschrijft: ‘De groep is een magneet voor mensen die zelfstandig kunnen opereren.’ Janssen vindt het 'verstandig' dat Altena stopt. 'Hij moet nu als componist de grotemensenwereld in. De uitgesproken bezetting van het MAE is heel leuk voor componisten die langskomen, maar werd voor hemzelf te beperkend.’
Het Maarten Altena Ensemble heeft de laatste jaren veel samengewerkt met kunstenaars uit andere disciplines, onder wie de dichter Remco Campert, die ook deelneemt aan het jubileumconcert. Die koers zal het nieuwe team zeker voortzetten, maar Kyriakides is wel van plan meer met muzikanten uit de elektronische hoek te gaan werken. Ook wil hij in principe versterkt gaan spelen.
‘Ik houd van versterkt geluid,’ licht hij toe. ‘Het gaat dan niet per se om een luidere klank, maar om een andere balans en een grotere transparantie.’ Ook wil hij het ensemble af en toe opsplitsen in duo’s, terzetten en kwartetten: ‘Musici van dit kaliber moet je niet steeds tutti laten spelen.’ Altena, die zijn opvolgers zelf uitkoos, staat achter hun vernieuwingen.

MAE 25, met werk van Peter Adriaansz, Gilius van Bergeijk, Guus Janssen, Paul Termos e.a. Amsterdam (13/11), Arnhem (17/11) en Eindhoven (18/11).





© Frits van der Waa 2006