Let op: de website is verhuisd naar fritsvanderwaa.nl

de Volkskrant, Kunst & Cultuur, 7 november 2006 (pagina 19)

Omdat de in de krant gepubliceerde versie niet erg overeenkwam met wat ik beoogd had is dit de ongepubliceerde, originele versie:

Gedoseerde ontploffing in 'Zaide' van Mozart

Zaide, van Mozart, door de Wiener Akademie o.l.v. Martin Haselböck. 5 november, Concertgebouw, Amsterdam.

Het oppeppende tsjing-boem van de janitsarenmuziek ontbreekt, er zijn geen verwikkelingen op het tweede plan, en bovenal heeft het stuk geen eind. Maar in overige opzichten laat Mozarts onvoltooide opera Zaide zich beluisteren als een voorstudie voor zijn twee jaar later gecomponeerde muzelmannen-Singspiel Die Entführung aus dem Serail. Ook hier een blanke dame die beland is in een harem en belaagd wordt door een ottomaanse vorst die uiteindelijk de kwaadste nog niet blijkt te zijn.

Bij de concertante uitvoering, zondag in het Concertgebouw, zat de sfeer er meteen goed in toen de musici van de Wiener Akademie uit volle borst instemden met het slavengezang Brüder, lasst uns lustig sein. In het daaropvolgende uur zakte de stemming geleidelijk in, al lag dat niet aan dirigent Martin Haselböck of zijn in de achttiende-eeuwse muziekpraktijk gespecialiseerde elite-orkest.

De eerste akte van Zaide is namelijk uitgesproken tam, en gaat alleen maar over hoe blij Gomatz en Zaide zijn met elkaar, en met de hulp van de vriendelijke Allazim die ze helpt ontsnappen. Curieus is de hier door Mozart gelukkig kortstondig toegepaste praktijk van het melodrama, wat de aanduiding is voor een passage waarin gesproken woord wordt onderstreept met muziek. Deze vorm staat of valt in de eerste plaats met de declamatorische gaven van de vocalist in kwestie.

Markus Schäfer (Gomatz), voor het overige een soepele tenor, bracht de gesproken tekst niet tot leven. Veel beter verging het Markus Brutscher, die als Sultan Soliman de tweede akte opent met net zo'n melodrama-scëne, doch vervolgens in twee echte aria's gedoseerd tot ontploffing komt, in woede ontstoken over de 'christenhond' die hem zijn beoogde vriendinnetje afhandig heeft gemaakt. De inspiratie is hier bepaald vaardig geworden over Mozart, maar Brutscher, die beschikt over een tenor als een klaroen, maakte er iets heel moois van. Vergeleken bij hem klonken Christian Hilz (Allazim) en Isabel Monar (Zaide) wat bedrukt. In heftige passages zet Monar haar beste beentje voor, maar als het wat fijngevoeliger wordt, zit ze dikwijls op het randje van controleverlies. Dan wordt haar op zichzelf prijzenswaardige vibrato-arme zang wat pieperig.

Regisseur Brian Michaels heeft het incomplete werk aangevuld met een elders uit Mozarts oeuvre geleende ouverture en een slotkwartet, en de uitvoering van een lichte enscenering voorzien. De protagonisten dragen hedendaagse vrijetijdskleding, maar voeren wel een soort stokpoppen met mini-kostuums met zich mee. Dramatisch hoogtepunt is de scène waarin Soliman de Zaide-pop aan een kapstok opknoopt. Zijn plotselinge, door Michaels toegevoegde vermurwing mag wat onlogisch aandoen, maar brengt het stuk wel tot een bevredigend einde.


© Frits van der Waa 2006