Let op: de website is verhuisd naar fritsvanderwaa.nl

de Volkskrant, Kunst & Cultuur, 12 november 2011


De omissie, in blauw, was voor een keertje gewoon mijn fout.

Een landschap om in te verdwalen

Kyriakides, Chin en Hirs door Asko/Schönberg o.l.v. Pierre-André Valade. 10/11, Muziekgebouw, Amsterdam. Herh. (zonder Chin): Den Bosch, 13/11, (alleen Kyriakides), Den Haag, 10/12.

Het is maar weinig componisten gegeven om als het ware in de klank te kruipen, en daarbij de toehoorders aan de hand te nemen zonder ze te dwingen tot navelstaarderij. Yannis Kyriakides, de op Cyprus geboren, in Engeland opgegroeid en vervolgens naar Nederland getogen, maakt er al jaren zijn specialiteit van. In zijn jongste stuk, Wavespace, dat donderdag zijn eerste uitvoering beleefde onder handen van Asko/Schönberg, lukt hem dat glansrijk. Hij wordt daarbij stevig geruggesteund door de bijbehorende beelden van videokunstenaar Joost Rekveld, die de illusie van het voortdurend inzoomen op de klank perfect onderstreept, met schitterende arabesken in psychedelische kleuren, die aan een continu proces van celdeling en -versmelting onderhevig zijn.

De componist doet iets vergelijkbaars, door statische pulsvelden neer te zetten, waarvan de ritmes op nauwelijks grijpbare manieren telkens verschuiven en veranderen. Uit de klanken die de acht musici produceren, distilleert hij een elektronische laag die behaaglijk zou aandoen als hij niet doorspekt was met ploffende schakeltikken.

Kyriakides is in staat om zelfs iets simpels als een kleine drieklank tot een landschap te maken waarin je kunt verdwalen. Maar daar laat hij het niet bij. De samenklanken boeten gaandeweg aan stabiliteit in, voorslagen zaaien complexiteit en ten slotte verdichten de elektronische pulsen zich tot een agressief geknetter, waarna de muziek met enkel kleine omwegen toch nog onverwacht op honk terugkeert. Wavespace is een fascinerend stuk, waarin de 42-jarige Kyriakides laat horen dat hij de balans tussen bespiegeling en avontuur volledig in de vingers heeft.

De enkele jaren oudere Rozalie Hirs, van wie het ensemble het nieuwe Arbre généalogique in première bracht, heeft daar meer moeite mee. Haar werk, dat ook een half uur duurt, getuigt van een grote liefde en aandacht voor onorthodoxe harmonieën, waarin schemerende kwarttonen en raak gekozen timbres een bovennatuurlijk schijnsel werpen. Maar omdat die samenklanken aldoor vrijwel gelijk op en neer schuiven met de gedeclameerde melodielijn van sopraan Susan Narucki, blijft het werk ondanks een paar licht afwijkende interludes steken in eenvormigheid.

Met haar Gougalon, Szenen aus einem Strassentheater bracht de Koreaanse Unsuk Chin (50) juist veel leven in de brouwerij. Ook dit stuk wemelt van de kwarttonen, maar die dienen vooral om de muziek een satirisch, krakkemikkig patina te geven. Het werk, waarmee de Franse dirigent Pierre-André Valade lekker kon uitpakken, is uitgesproken theatraal. Je hoeft niet te weten dat het tweede deel Lamento der kahlen Sängerin heet om te vatten dat hier sprake is van melancholie en vervallen schoonheid – ironie incluis.

Maar ook de heksenketels die de componiste uitgiet, bevatten buitengewoon uitgekiende klankmengsels. Chin, een onverwisselbare muzikale persoonlijkheid, schept hier zonder ook maar één oriëntaals getinte noot te gebruiken de uitbundige atmosfeer van een volkstheateroptreden, ergens in het Verre Oosten.


© Frits van der Waa 2011