Home
Vertalingen
Stukken
Strips
Genealogie
CV
Links
Zoek

de Volkskrant, Kunst & Cultuur, 6 juni 2017

Heavymetal-Monteverdi

Monteverdi: Mariavespers, door de Nationale Opera o.l.v. Raphaël Pichon en Pierre Audi. 3/6, Gashouder, Westergasfabriek, Amsterdam, Holland Festival.

Het begin is indrukwekkend genoeg. Vanuit het niets, vanuit het al, klinkt een gedragen gregoriaans Pater noster, dat de immense ruimte van de Gashouder in het Amsterdamse Westerpark tot in alle uithoeken vult. Als de zangers eenmaal zichtbaar worden, komen ze ook overal vandaan en dalen ze zingend de trappen van de halfronde tribune af, om zich bij het orkest te voegen voor de wand tegenover het publiek.

Tegen die tijd heeft het eenstemmige gregoriaans plaatsgemaakt voor een ware overdaad aan instrumentale klanken: trompetten sproeien in het rond over een gonzende bodem van snaren, orgelpijpen en diepe bastonen. Daartussen plaatst het koor akkoordzuilen. De Mariavespers van Monteverdi is altijd een illuster werk, maar zoals hier heeft het nog nooit geklonken. Als opening van het Holland Festival brengt de Nationale Opera geen grote opera, die komt vrijdag aan de beurt met Strauss' Salome, maar het meesterwerk dat Monteverdi in 1610 componeerde, wellicht voor de Venetiaanse San Marco, waar ook allerlei stereo- en andere ruimtelijk effecten mogelijk zijn.

Voor de Amsterdamse uitvoering heeft Pierre Audi, oud-directeur van het Festival, een mise-en-espace ontworpen waarin een veranderlijke plaatsing in de ruimte de subtiele aspecten van het werk accentueert. Midden in de arena, omgeven door een wijd en smal cirkelvormig plankier, ligt een object dat oogt als een 20 meter lange fossiele boomstronk, een kunstwerk van de Vlaamse Berlinde De Bruyckere, dat net als de wanden en het plafond van de gashouder door de belichting telkens bijna ongemerkt een andere aanschijn krijgt.

De dramaturgie van het geheel klopt. De door Monteverdi gecomponeerde echo's en herhalingen klinken van links, van rechts en van achteren, waar de zangers plaatsnemen op hooggeplaatste eenpersoonspodia. De intieme duetten concentreren zich in het middelpunt.

Dat moois heeft ook een prijs, en die is te hoog. Want al snel blijkt het idee om Monteverdi te combineren met de akoestiek van de Gashouder in muzikaal opzicht toch een vergissing te zijn. Dat ligt niet aan dirigent Raphaël Pichon: die houdt zijn instrumentale en vocale ensemble Pygmalion op bewonderenswaardige wijze bij elkaar. De trage, uitgespaarde onderdelen van de Vespers blijven vrij goed overeind.

Maar zodra de muziek drukker en voller wordt, lopen de rijke, gedifferentieerde klanken van het orkest door elkaar als vlekkerige inkt. Het enige wat helder blijft, is de zwaar verdubbelde baslijn. De zangers, die op zichzelf prachtig zingen, zetten dan een extra tandje bij en zo wordt het geheel een ongedifferentieerde geluidsmuur, bij vlagen zelfs een soort heavymetal-Monteverdi. Het minimale zitcomfort maakt het ongemak dat dit in de loop van bijna twee uur teweegbrengt er niet beter op.


© Frits van der Waa 2017