Let op: de website is verhuisd naar fritsvanderwaa.nl

de Volkskrant, Kunst & Cultuur, 16 oktober 2017

De Nationale Opera zingt Cavalli's muziek om zeep

Eliogabalo, opera van Francesco Cavalli, door De Nationale Opera o.l.v. Thomas Jolly en Leonardo García Alarcón. 2/10, Nationale Opera & Ballet, Amsterdam. Herh.: 16, 18, 20, 22, 24 en 26/10.

Aan een opera over de Romeinse puberkeizer Heliogabalus moet veel te beleven zijn, zeker als de muziek is geschreven door Francesco Cavalli, de componist die halverwege de 17de eeuw in de voetsporen trad van de grote Monteverdi.

In de orkestbak is het de komende weken feest bij De Nationale Opera. Daar zetelt het barokensemble Cappella Mediterranea, dat door dirigent Leonardo García Alarcón wordt gehanteerd als een muzikale kleurdoos. Dat mag, want Cavalli heeft, zoals gebruikelijk in zijn tijd, in de partituur van zijn Eliogabalo geen precieze instrumentatie aangegeven.

Alarcón heeft prachtige, toepasselijke keuzen gemaakt. Vorstelijke fanfares schallen bij de entree van de keizer, een regaal knerpt sinister zodra de dood ter sprake komt en de kwinkelerende fluiten smokkelen er zelfs een exotische toonladder bij als iemand het over Arabisch parfum heeft. Snel zwenken de musici tussen de dialogen, dansmuziekjes en gevoelvolle lamento's die Cavalli uit zijn mouw schudt.

Ook de vormgeving is glorieus. Lichtontwerper Antoine Travert tovert met lampenkransen en bewegende lijnen van licht, een equivalent van de schittering die de hoofdpersoon naar zijn eigen mening uitstraalt. Het decorontwerp van Thibaut Fack is daarentegen onopvallend, maar niet minder uitgekiend. Het bestaat uit donkere traptreden en muren, die vrijwel onmerkbaar steeds andere gedaanten aannemen. De kostuums zijn smaakvol tot extravagant, naar gelang het karakter van de personages.

Minder overtuigend is de regie van Thomas Jolly, die met Eliogabalo zijn debuut als operaregisseur maakt. Hij lijkt gegrepen door symmetriedwang, wellicht onder invloed van de opbouw van het decor. De vrijwel voortdurende spiegeling tussen links en rechts maakt de handeling erg gestileerd, op het steriele af.

Het lukt hem niet de personages boven het eendimensionale uit te tillen, wat ongetwijfeld ook te maken heeft met het niet al te sterke libretto van de opera, dat voornamelijk bestaat uit een uitwisselbare aaneenschakeling van al dan niet geveinsde liefdesverklaringen, misverstanden en mislukte moordpogingen. Storender is het veelvuldig gesmijt met kletterend wapentuig, of de luide kreten waarmee koorzangers het orkest overstemmen.

Maar het grootste manco is de manier waarop Cavalli's muziek om zeep wordt gezongen. Een van de verworvenheden van de historisch geïnformeerde uitvoeringspraktijk is het inzicht dat zangers destijds spaarzaam omgingen met vibrato, en het doseerden ter wille van de expressie. Het merendeel van de zangersequipe van Eliogabalo trekt zich daar niets van aan en wappert en toetert alsof het een opera van Verdi betreft. De kroon spant countertenor Franco Fagioli, wiens hysterisch tremolo misschien wel bij het megalomane van zijn rol past, maar evengoed al snel onuitstaanbaar wordt.

Nicole Cabell (Gemmira), Kristina Mkhitaryan (Eritea) en Emiliano González Toro in de opvallend ongeestige travestierol van de oude vrijster Lenia doen vooral wie het hardst kan, waarmee ze de grens naar vocaal geschmier meer dan eens overschrijden. De counter Valer Sabadus (Giuliano) en tenor Ed Lyon, die de belangrijke partij van de nobele Alessandro vertolkt, bieden gelukkig wat tegenwicht. Maar de enige die echt aldoor mooi zingt is de Argentijnse sopraan Mariana Flores, in het jammer genoeg nogal bescheiden rolletje van Atilia.

Van de Nationale Opera zijn we beter gewend, dus het moet wel een artistieke smaakmaker bij de coproducerende Parijse Opéra zijn geweest die Eliogabalo dit ongelukkige zangersgesternte heeft bezorgd.


CAVALLI-REVIVAL

Van de ruim veertig opera's die Francesco Cavalli (1602-1676) heeft geschreven zijn er maar liefst 27 bewaard gebleven. Al in de jaren zestig van de vorige eeuw werd ontdekt dat het werk van deze Venetiaanse componist nauwelijks onderdeed voor dat van zijn leermeester Monteverdi. In de afgelopen kwarteeuw heeft deze herontdekking echt een hoge vlucht genomen, vooral door toedoen van dirigent René Jacobs.

Eliogabalo, gecomponeerd in 1667, is een geval apart: de opera, die tijdens Cavalli's leven nooit is opgevoerd, beleefde pas in 1999 zijn wereldpremière, waarna nog verscheidene succesvolle producties volgden.


© Frits van der Waa 2017