Home
Vertalingen
Stukken
Strips
Genealogie
CV
Links
Zoek

de Volkskrant, Kunst & Cultuur, 30 juli 2021

Van slepend tot meeslepend

Delft Chamber Music Festival. Met Liza Ferschtman, Enrico Pace, Helena Rasker e.a. 23, 24 en 25/7, Van der Mandelezaal en ArsenaalDelft.

Eenzaam staat Liza Ferschtman op het podium van de Van der Mandelezaal, de overdekte binnenplaats van het Delftse Prinsenhof. Maar zodra ze haar viool heft, verschijnen er vier extra Liza's op het projectiescherm achter haar. Het is het begin van Julia Wolfe's With a Blue Dress On, een meeslepende, motorische aaneenschakeling van stuwende brokjes gemaximaliseerde minimalklanken, geënt op Amerikaanse fiddle-muziek, waarin Ferschtman, of beter gezegd de Ferschtmans, niet alleen strijken en stampen, maar tegelijkertijd ook nog zingen.

Sinds 2007 heeft Ferschtman het Delft Chamber Music Festival samengesteld, maar nu geeft ze het stokje door aan pianist Nino Gvetadze, die dit jaar al tekent voor de programmering van de tweede helft van het muziekfestijn. Als symbool daarvan treffen de twee musici elkaar op de zondagavond in een sprankelende uitvoering van Saint-Saëns' Eerste vioolsonate. Naast de poëtische Gvetadze komt Ferschtman over als krachtmens, maar dat is geen beletsel voor hun muzikale eensgezindheid.

Niet alles in het festival is zo meeslepend. Bij Vuurspel, een theatraal concert in een catacombe-achtige ruimte in de voormalige wapenopslagplaats ArsenaalDelft, wordt het publiek opzettelijk in het ongewisse gelaten over wat het te horen krijgt. Dat werkt niet goed. De voorstelling bestaat uit handenvol tekstfragmenten en muziekstukken die allemaal met vuur te maken hebben, maar het blijft duister wat de lijn en de bedoeling zijn van deze collage. Omdat er ook een klein beetje echt vuur aan te pas komt, staat er onder de vleugel een brandblusapparaat.

Mezzo Karin Strobos en bariton André Morsch zingen prachtig, maar pianist Hans Eijsackers vervalt vooral in de Duitstalige onderdelen in gemoker. Achteraf blijkt dat we ongeweten getuige zijn geweest van de wereldpremire van Prométhée, een liedcompositie van Fant de Kanter, die zich onderscheidde door een rijkelijke besprenkeling met clusters.

Omdat het nog steeds coronatijd is, zitten de toehoorders keurig anderhalve meter uit elkaar en duren de concerten slechts één tot anderhalf uur. Evengoed is het programma Het eeuwige kind nog een hele zit. Aan violist Esther Hoppe, vertolker van twee stukjes uit Stravinsky's Vuurvogel, ligt dat niet, en evenmin aan diens Histoires pour enfants, die met veel jeu worden voorgedragen door tenor Robin Trischler.

Maar de Galgenlieder van Sofia Goebajdoelina, gezongen door alt Helena Rasker met begeleiding van slagwerker Pepe Garcia en contrabassist Niek de Groot, blijken een slepende affaire. De componist smeert de absurdistische teksten van Christian Morgenstern humorloos uit, en verliest zich in de begeleiding in spielerei die zo weinig speels is dat het omslaat in gewichtigdoenerij.

Pianist Enrico Pace is, net als Rasker, een vaste steunbeer van het festival. Inmiddels oogt hij als een faun op leeftijd, maar zijn vertolkingen van Liszt en Brahms zijn nog altijd even geraffineerd en joyeus.

In Delft is er ook altijd ruimte voor jong talent, zoals hoboïst Olivier Stankiewicz, die in diverse concerten een aandeel heeft. Markant is zijn vertolking van Highwire van Tonia Ko, een stuk waarin de hobo zijn eigen elektronische soundscape genereert. Nog grotere indruk maakt de Zweedse meestercellist Jakob Koranyi, die in zijn uitvoering van Kaija Saariaho's bijzonder sterke Sept papillons fascineert met een kleurrijk palet van boventonen en fladderende flageoletten.

Werken voor ensemble zijn zoals gewoonlijk de flonkerendste onderdelen van het festival. Of het nu gaat om zulke stilistisch ver uiteenliggende stukken als de strijkersfantasieën van Henry Purcell of de Metamorphosen van Richard Strauss, altijd weer zijn het de inzet en de eendracht van de musici die het verschil maken. Samenspel is het levensbloed van de muziek, en dat is in Delft al sinds 1997 te horen.


Lintje voor Liza

Liza Ferschtman heeft het Delft Chamber Music Festival vanaf de editie van 2007 geprogrammeerd, als opvolger van de eerste artistiek directeur Isabelle van Keulen. Als blijk van waardering voor haar creativiteit ontving Ferschtman zondag uit handen van de Delftse burgemeester Marja van Bijsterveldt een koninklijke onderscheiding. Ze mag zich voortaan Officier in de Orde van Oranje-Nassau noemen.


© Frits van der Waa 2021