Home
Vertalingen
Stukken
Strips
Genealogie
CV
Links
Zoek

de Volkskrant van 2 januari 1987, Kunst, recensie

BLAZERS MENGEN MUZIEK MET SLAPSTICK EN TEKENFILM

Metrohalte Concertgebouw gaat open tijdens Nieuwjaarsmatinee

Nederlands Blazers Ensemble: Nieuwjaarsmatinee 1987, met werk van Benson, Bowles, Kubik, Rossini en Zappa. Muzikale leiding: Kees Olthuis en Werner Herbers. Gasten: Bart Kiene, Jan Derksen, Hans Dagelet, Paul Koek. In: Concertgebouw, Amsterdam. Herhaling: Utrecht, 4 januari.

Telkens wanneer ik een piano opgetakeld zie worden, wacht ik diep in mijn hart op het breken van het touw, en de dan onvermijdelijke klap. Op de eerste, dag van het nieuwe jaar is het dan zo ver en bevredigt het Nederlands Blazers Ensemble dat geheime verlangen.

De podiumlift van het Concertgebouw is wegens de restauratie buiten werking, en daarom wordt de concertvleugel aan kabels het toneel opgehesen. En ja hoor. Het instrument helt angstwekkend over, het touw schiet los – een kreet van ontzetting stijgt op uit het pÁbliek – en het gevaarte belandt met een verbrijzelde poot op het podium. Slechts het opvallend gemak waarmee het slachtoffer de zaal weer uitgedragen wordt, verraadt de grap.

Zulke onverwachte gebeurtenissen maken het Nieuwjaarsconcert van het Nederlands Blazers Ensemble steevast tot een succes. De Blazers weten hun veelkoppig en kinderrijk publiek telkens weer een lichtvoetig, onderhoudend programma voor te schotelen. De matinee van dit jaar (de vijftiende in successie) is losjes opgebouwd rondom het thema "muzikaal theater en theatrale muziek".

Het gekozen repertoire is grotendeels afkomstig uit Amerika, waar componisten zich niet schamen voor entertainment. Dat brengt een zekere oppervlakkigheid met zich mee, maar op 1 januari, als het nieuwe jaar toch nog leeg is, hindert dat niet.

Paul Bowles, vooral bekend als schrijver, maar begonnen als componist, is vertegenwoordigd met een concert voor twee piano's en een aantal instrumentale delen uit zijn Lorca-opera The Wind Remains. Bowles' muziek blijkt aan een lichte bloedarmoede te lijden, maar in de snellere delen wordt dat effectief gecamoufleerd door kwieke dansritmes en een aangenaam prikkelende instrumentatie.

Twee gastspelers, acteur Hans Dagelet en slagwerker Paul Koek, geven een voorproefje van hun programma Dako. De beide spelers zijn door een lang touw aan elkaar verbonden. Opgetuigd met bekkens en reusachtige woodblocks, doen ze denken aan Tweedledum en Tweedledee uit Alice through the looking-glass. Ze bespelen elkaar in een roffelende en ratelende slapstick, waaronder toch een muzikale structuur herkenbaar is.

Met het begrip "theater" kun je veel kanten uit. Zo wordt de Grote Zaal bij het Blazersensemble een tekenfilmbioscoop met live-muziek. De beroemde Figaro-scene uit Bugs Bunny, waarin het schrandere konijn zijn tegenstander, de jager, besproeit met kunstmest en ander haarwater, vormt een amusante combinatie met Rossini's originele Barbier van Sevilla, gezongen door Jan Derksen.

Gail Kubik's muzikale verhaaltje Gerald Mc Boing Boing gaat over een jongetje dat niet kan praten, maar alleen (boing boing) rare geluiden maakt. Het prachtige tekenfilmpje dat later bij Kubik's zwaar op Stravinsky leunende muziek gemaakt werd, wordt door het Blazers Ensemble en spreker Bart Kiene voorzien van een keurig synchroon lopende soundtrack.

Frank Zappa, wiens compositie Dupree's paradise als uitsmijter is uitverkoren, is een oude liefde van de Blazers. Zappa manifesteert zich beurtelings als popmusicus en als "serieus" componist. Met zijn zesenveertig jaar is hij nog steeds het enfant terrible van de Amerikaanse muziekcultuur. De theatrale aspecten van Dupree's paradise zijn duister. Weliswaar heeft Zappa een verhaaltje bijgeleverd, maar daarvan is in zijn grillige, abstracte (en eigenlijk weinig samenhangende) muziek nauwelijks iets terug te horen.

Een werkelijk theatrale verrassing vormt de toespraak van de Amsterdamse burgemeester Ed van Thijn, die weer hetzelfde slanke postuur vertoont als enkele maanden geleden in zijn optreden bij Van Kooten en De Bie.

Van Thijn wijdt stichtende woorden aan de precaire positie waarin de kleinschalige kunst beland is, "nu minister Brinkman en de Griekse cultuurminister Melitta Mercouri zijn stad hebben opgezadeld met de manifestatie Amsterdam Culturele Hoofdstad (ofwel ACH)". De vindingrijke burgervader nodigt alle Amsterdammers uit het kunstwerk dat boven de divan prijkt een jaar lang voor het raam te hangen, zodat Amsterdam herschapen zal worden tot het Grootste Openluchtmuseum van Europa – en dus entree zal kunnen gaan heffen. Van Thijn denkt aan een tientje per persoon.

Om te staven dat alle doofpotten dit jaar aan gruzelementen zullen gaan, maakt de heer Van Thijn ten slotte het gereedkomen van het Metrostation Concertgebouw bekend. Meteen daarop raast de eerste trein luid dreunend onder het podium door.

Buiten. in de stromende regen, zie ik nog steeds een neerstortende piano, een struikelende burgemeester, en een blauwe ballon, zwevend tegen het plafond van de Grote Zaal. En de muziek? O ja, dat ene themaatje van Paul Bowles, dat leek op de Veronica-tune.


© Frits van der Waa 2006