Home
Vertalingen
Stukken
Strips
Genealogie
CV
Links
Zoek

de Volkskrant, Kunst & Cultuur, 20 mei 2011

Dood, vergankelijkheid en wederopstanding bij sterfdagprogramma Mahler

Mahler, door het Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Fabio Luisi. 18 mei, Concertgebouw, Amsterdam. Herh. 20/5. Radio 4: 29/5, 14.15 uur.

Op donderdag 18 mei 1911 blies de 50-jarige Gustav Mahler in een Weens ziekenhuis de laatste adem uit, na maandenlang geworsteld te hebben met een allengs verslechterende fysieke conditie. Dat feit werd woensdag, exact tweehonderd jaar later, in het Amsterdamse Concertgebouw herdacht, na een Mahlerfeest dat twee jaar aanhield en een allengs stijgende lijn liet zien.

Het festijn is nog niet ten einde: op 30 juni volgt nog de Tiende Symfonie, met Eliahu Inbal als dirigent – maar dat stuk is niet door Mahler zelf afgemaakt en mag dus volgens strenge Mahlerliefhebbers alleen maar voor spek en bonen meedoen.

Geen componist heeft muziek gecomponeerd die geschikter is voor een Mahlerherdenking dan Mahler zelf. Zijn hele scheppende leven lang heeft hij zich beziggehouden met thema's als dood, vergankelijkheid en wederopstanding. Het mooiste voorbeeld van dat laatste is natuurlijk de triomftocht van zijn oeuvre, die al meer dan een eeuw in gang is.

Het sterfdagprogramma omspant dat oeuvre fraai, met Totenfeier, het werk van een 28-jarige Mahler dat later het eerste deel van de Tweede Symfonie zou worden, en de twee jaar voor zijn dood voltooide liedcyclus Das Lied von der Erde, die de componist nooit zelf heeft gehoord.

De Italiaanse dirigent Fabio Luisi zet van meet af aan hoog in, met een theatraal getinte uitvoering van Totenfeier, vol felle accenten en grote contrasten in tempo en geluidssterkte, waarin op den duur toch verdieping intreedt. Het begin van Das Lied is nog heftiger, maar Luisi houdt het klankbeeld glashelder, terwijl tenor Robert Dean Smith de vrijwel onmogelijke taak om daar tegenop te boksen volbrengt zonder een spier te vertrekken. Zijn tegenpool, de imposante alt Anna Larsson, zorgt voor verstilling, die niet helemaal het transcendente heeft wat je van een zangeres van wereldklasse mag verwachten, mede als gevolg van haar wat eenvormige benadering van de klinkers.

Niettemin levert het gezelschap een indringende vertolking, met schitterende chinoiserieŽn, in toom gehouden extravagantie, en in het laatste lied, Der Abschied, een steeds verbazender reductie van het orkestweefsel. Luisi handhaaft ultieme controle, maar laat daarmee net iets te weinig ruimte voor de rilling over de ruggengraat.


© Frits van der Waa 2011