Home
Vertalingen
Stukken
Strips
Genealogie
CV
Links
Zoek

Niet geplaatst artikel voor de Volkskrant, 6 november 2017
Door een communicatiefout is dit stuk helaas niet in de krant gekomen.

 

Een muzikant met vele gezichten

November Music. T/m 12 november in Den Bosch.

Om de bomen op de Bossche Parade staan honderden glazen potjes met brandende waxinelichtjes erin. De bomen zijn behangen met enorme hoeveelheden sjaal, dassen, rugzakken en knuffels. Als je bedenkt dat het 2 november is, Allerzielen, krijgen die op het eerste gezicht wat vreemde trossen toch een diepere betekenis. Memorial Trees heet het kunstwerk van Marianne van Heeswijk, en het is een pendant van Memorial Park, het Bosch Requiem 2017 dat even later zal klinken in het Theater aan de Parade.

Dit Requiem, waarvoor sinds 2011 jaarlijks een opdracht aan een componist wordt verstrekt, vormt tevens de opening van November Music, het tiendaagse festival dat zich richt op actuele muziek in een ruime zin van het woord. Het werk is dit jaar geschreven door tekstdichter Désanne van Brederode en Anthony Fiumara, die tevens festivalcomponist is. Donderdag is er onder de titel Fiumarathon een hele middag gewijd aan zijn werk en dat van geestverwanten.

Voor Memorial Park treedt een opmerkelijke bezetting aan: naast het Nederlands Kamerkoor en het orkestje Holland Baroque is er een belangrijke rol voor twee gitaristen en een drummer, gezamenlijk het trio TEMKO. De compositie bestaat uit een opeenvolging van gezongen delen en instrumentale tussenspelen, waarin duidelijk te horen is dat Fiumara zich spiegelt aan componisten van 'minimale' muziek als Steve Reich, Philip Glass en Arvo Pärt – zelfs zo duidelijk dat die voorbeelden er vaak rechtstreeks doorheen schemeren. Hoewel de noten ondanks de vele herhalingen niet makkelijk is de uitvoering om door een ringetje te halen, maar na de spannende harmonieën van het openingsdeel, die aan het slot terugkeren, valt de rest een beetje tegen.

Een speciale gast, waar de bedenkers van November Music al jaren op hebben gevlast, is de New Yorker John Zorn, wiens werk als de componist, improvisator en klankverkenner de hele zaterdag in een lange reels concert aan bod komt. Zorn is er zelf ook: hij speelt voor een volle Sint-Janskathedraal op het grote orgel, waaruit hij onvermoede geluiden tovert, die doen denken aan een fluitketel op een laag pitje, subsonisch gemor, en ronddraaiende knikkers in een metalen bak. Erg herbergzaam is het terra incognita dat Zorn hier verkent niet.

Maar deze man heeft vele gezichten. Wat hij in zijn Madrigals doet met slechts zes vrouwenstemmen is fascinerend. De tien stukken bevatten licht-minimalistische texturen, neobarokke akkoordbrekingen en aanmerkelijk weerbarstiger klankmateriaal, maar zijn uitgesproken bondig en boeiend.

Zorn zelf, die voor een 64-jarige opmerkelijk vief en jeugdig oogt, introduceert zelf de musici bij het dubbeloptreden van pianist Brian Marsella en het Nova Quartet, die een greep doen uit de driehonderd Bagatelles die Zorn recentelijk gecomponeerd heeft. De vaak zeer flitsende pianostukken bevatten vele jazz-vingerafdrukken, wat een explosieve bekroning krijgt in het ongelooflijk hechte spel van het jazzkwartet.

Bij het Asko|Schönberg, dat zich wijdt aan Zorns kamermuziek, sproeien er nog meer noten in het rond. In dit genre toont Zorn zich van zijn modernistische kant. Carter en Varèse zijn niet ver weg, maar al vliegen de klanksplinters alle kanten uit, ze vallen toch telkens weer samen in een collectief. En ook hier is duidelijk dat Zorn zijn ingrediënten behendig inzet en zijn klankvisioenen scherp voor ogen heeft.


© Frits van der Waa 2017