Home
Vertalingen
Stukken
Strips
Genealogie
CV
Links
Zoek

de Volkskrant van 9 maart 1990, Kunst, recensie

Een rood jasje voor Heer Bommel

Er is een brug over de tijd, maar hij is slechts van boeken gemaakt, en dat is zwak bouwmateriaal. Zo staat het in het Tom Poes-verhaal De klokker, dat in 1953 in de krant en vorige week voor het eerst in boek verscheen. Heer Bommel, "te fors gebouwd", zakt er doorheen en verdrinkt bijna in de tijd. Dat was te verwachten, en dat alles dank zij Tom Poes goed afloopt is nog vanzelfsprekender.

Maar het gat in die boekenbrug zit er nog steeds. Althans, als je beziet wat er van Marten Toonders Bommel-oeuvre is gepubliceerd. Dat levenswerk, 177 opusnummers, ontstaan tussen 1941 en 1986, is vooral bekend door de vijfenveertig bij de Bezige Bij verschenen paperbacks.

Vanaf 1986, het jaar van het laatste Bommelverhaal, reikt de reeks terug tot halverwege de jaren vijftig, en overbrugt daarmee een imposante tijdsspanne. Ze bevat bij elkaar – en door elkaar – de 110 verhalen die de auteur tot zijn volgroeide werk rekent.

In die dertigjarige scheppingsfase heeft Toonder zijn stijl, zowel grafisch als literair, weliswaar verder ontwikkeld, maar de fantasiewereld waarin zijn verhalen zich afspelen is stabiel en onveranderlijk gebleven. Daardoor stapt de lezer bij de aanvang van elk avontuur in dezelfde, bekende situatie, met dezelfde, vertrouwde personages, en zal hij niet gauw het gevoel krijgen dat hij voor een gat staat.

Sommigen vergaat het anders.

Kort na het verschijnen van de eerste Bezige Bij-Bommels, nu meer dan twintig jaar geleden, kreeg zo'n lezer voor het eerst een gelig, vlak na de oorlog gedrukt Tom Poes-boekje in zijn vingers. Daar staarde hij in het gat, immens was het. Hoe had die kinderlijke sprookjesstrip kunnen uitgroeien tot een literair getoonzette, eigentijdse fabelvertelling?

Die vraag maakte de "gewone" Tom Poes-genieter tot een verzamelaar, een Bommelgek voor de buitenwacht. Hij wilde de kloof dichten, de brug over de tijd bewandelen. Helemaal. Steen voor steen, strip voor strip.

Hij kwam een eind, vooral toen de Bezige Bij, op aandrang van zulke stripfanaten, maar tevens onder druk van een toenemend aantaL illegale uitgaven, ook van de overkant af aan de Bommelbrug begon te bouwen. Tussen 1975 en 1978 verscheen een reeks stripboekjes, waarin het overgrote deel van de eerste vijftig Tom Poes-avonturen was opgenomen. Was, want de boekjes zijn niet meer te krijgen.

Het gat slonk, maar overbrugd werd het niet. Ook de aanvullende trilogie met werk uit die periode, waarmee de Bezige Bij nu een begin heeft gemaakt, zal dat niet doen.

De minder oplettende lezertjes zal het waarschijnlijk alleen opvallen dat het nieuwe Bommelboek, Heer Bommel komt op, in een afwijkend, felrood jasje is gestoken. De binnenkant heeft de vertrouwde vormgeving met de beeldstroken in de bovenmarge. Bovendien waren Toonders tekeningen en intriges toentertijd het stadium van prilheid allang ontstegen, en is de tekst gereviseerd, in het eerste verhaal, De wenswerkster, zelfs ingrijpend.

Bij diepere doorschouwing zie je dat de virtuositeit in het vermengen van verschillende thema's die Toonders latere werk kenmerkt nog niet volledig is verwezenlijkt. Het "hoogmoed komt voor de val"-gegeven in De wenswerkster is al typisch Bommeliaans, maar de catastrofe is nog niet zo krachtig uitgewerkt. Het valt ook op dat de vijandelijkheden tussen Heer Bommel en de markies De Canteclaer hier veel directer zijn dan hun latere, zo ijzige verstandhouding zou toelaten.

De klokker is geheel toegespitst op geharrewar met de tijd, ook al een spelletje dat regelmatig weerkeert bij Toonder. Neventhema's ontbreken, maar de ongeëvenaarde portie fantasie en inventiviteit biedt ruimschoots tegenwicht. Het derde verhaal ten slotte, De pruikenmaker, heeft een klassieke Bommelplot, met een schurk die, in dit geval met behulp van pruiken, de hele Rommeldamse bevolking aan zijn wil onderwerpt, doch door een list van Tom Poes ten val wordt gebracht.

In deze sub-reeks zullen nog twee delen verschijnen, Heer Bommel vervolgt en Heer Bommel sluit aan. Te zamen zijn dat acht verhalen, die overigens de afgelopen jaren al in afleveringen zijn herdrukt in de NRC.

De bovengenoemde Bommelgek is daarmee niet tevreden. De paar opnieuw getekende stroken vist hij er meteen uit, op grond van summiere verschillen in raster en lijnvoering. Hij haalt er oude knipsels bij, en ziet dat er met de tekst "geknoeid" is. Hij vindt sowieso de plaatjes te klein. En hij zanikt over die negen nog steeds niet uitgegeven avonturen uit de voor hem, maar ook voor de Bommelstrip zo betekenisvolle overgangsperiode.

Maar de maker heeft in zulke dingen nu eenmaal het laatste woord. Toonder vindt die resterende verhalen kennelijk te zwak om ze als BB Literair, of zelfs als herdruk in de NRC, aan het grote publiek prijs te geven.

Goed nieuws echter voor de morrende Bommelfanaat. In september verschijnen bij uitgeverij Panda de eerste twee delen van de Integrale Bommel-Uitgave. De editie is gelimiteerd, en daarom prijzig, doch met wetenschappelijke nauwgezetheid verzorgd, compleet met alle vakantie-afleveringen, tekstvarianten en wat dies meer zij.

Het ene deel herbergt vier klassieke avonturen, waaronder Het Kukel en De Bovenbazen. Maar in het andere deel worden – naast de in Heer Bommel komt op gebundelde verhalen – drie nooit eerder in boekvorm verschenen verhalen aan de vergetelheid ontrukt: Het Iksel, Het kunsthars-hart en De Bommelkuur. En daarmee begint de bres in de Bommelboekenbrug zich eindelijk te sluiten.

Marten Toonder: Heer Bommel komt op. De Bezige Bij, f 22,50.


Andere artikelen over Toonder op deze website:
Hanezang
De wondere schaduwwereld
Heer Bommel compleet
Interview
Musical De Trullenhoedster
Heer Ollie als melkkoe

© Frits van der Waa 2006